Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gordel en ook daar konden de rijstbouwers de grote rivieren, die de lage landen doorstromen, niet benutten en beteugelen. Zoo bleef ook op Sumatra de sawahbouw beperkt tot enkele streken öf van geringeren omvang dan op Java, of verder weg in de binnenlanden gelegen, en dus voorden handel moeilik bereikbaar. Op Java zijn de laaglanden zeer vruchtbaar, want nergens is het aantal vulkanen in verhouding tot het oppervlak zoo groot; ook hebben de meeste vlakten meer helling en daar, aan de oevers der kleine beken en zijrivieren, zijn de Indiese boeren in hun element; in die stroompjes bouwden zij hun stuwdammen van klapperbomen; de eerste banjir van elke westmoeson slaat ze weg, maar telken jare legt het dorp met hetzelfde geduld een nieuwe dam. Aldus ontstond die echt-Javaanse landbouw, die een zó dichte bevolking op het platteland mogelik maakt, als waarvan men in Europa geen voorstelling heeft. Aan de irrigatie der vruchtbare laaglanden was de kuituur in de Archipel gebonden, evenals dat geldt van de vier oudste beschavingcentra der Oude Wereld: Egypte, Mesopotamië, het Vijfstromenland, de Chineese laagvlakte. En ook in Amerika, waar de oude beschaafde staten op hoogvlakten lagen, beheerste de bevloeiing de landbouw, in Mexico en Peru beide.

Java's twede voordeel was zijn centrale ligging. Deze had het vóór boven Noordoost-Suuiatra, dat overigens de meest gelijksoortige voorwaarden bood, maar op kleiner schaal. Door die ligging kon Java in de Hindoe-tijd de eerste handelsmogendheid worden, met die grote uitvoer van rijst en vee, die het tot de voorraadschuur van de Archipel maakte en met het monopolie der Molukken-vaart. Men

heeft wel gelijk met te zeggen, dat de llindoe's pas de

2

Sluiten