Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eerst opdringt, is wel wat ik zou willen noemen de emancipatie der vaste sterren. Het verschijnsel heeft het eerst belangrijke afmetingen aangenomen nu ongeveer 25 of 30 jaren geleden, in den tijd toen het woord emancipatie in de mode was. Tot ver in de tweede helft der negentiende eeuw was het de astronomie der planeten, die de wetenschap beheerschte. Wel waren de vaste sterren sedert de oudste tijden objecten geweest van belangstelling, van bewondering, van speculatie, een enkele maal ook van wetenschappelijk, d. i. metend, onderzoek om haar zelfs wil, maar het grootste gedeelte van het werk der sterrenkundigen, voorzoover het de vaste sterren betrof, was toch ondernomen ten dienste der planeten-astronomie. De plaatsen der vaste sterren waren met groote nauwkeurigheid bepaald, maar niet om de sterren zelve was het daarbij te doen, doch om aanknoopingspunten bij de plaatsbepaling der planeten, en om merkteekens op de wijzerplaat van het groote uurwerk, waarop de zeevaarders den tijd aflezen, en waarvan de maan de wijzer is. De plaatsbepaling werd herhaald, de plaats-verandering werd bepaald, weer niet om die plaatsverandering zelve — integendeel, de eigen-beiveging werd als een onaangename en lastige complicatie beschouwd — maar om de wille van de precessie-constante, van een der bewegingen dus van het planeten-stelsel. Tegenwoordig zijn de rollen omgekeerd. Nog steeds kennen wij geene andere methode ter bepaling der precessie-constante, dan die uit de schijnbare plaatsveranderingen der vaste sterren, maar de reden waarom wij zooveel gewicht hechten aan de kennis dier constante is juist om die schijnbare plaatsverande-

Sluiten