Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de plaatsbepaling der planeten van het voornaamste tot één der doeleinden der sterswaarnemingen.

Er bestaat bij een dergelijke snelle en krachtige ontwikkeling altijd gevaar voor overdrijving, of liever voor overschatting van het belang van de jonge spruit en onderschatting van de beteekenis van den ouderen tak. Ik wil niet beweren, dat de leiders der nieuwe astronomie zich aan een dergelijke onderschatting hebben schuldig gemaakt, of nog schuldig maken — verre van daar — maar er is toch een onmiskenbare strooming te bespeuren die, zonder het in zoovele woorden uit te spreken , toch de oude planeten-astronomie ter nauwernood als gelijkwaardig met de jonge stellair-astronomie beschouwt, als ware zij, na haar glanspunt te hebben bereikt in de eerste helft der negentiende eeuw, culmineerend in de schitterende ontdekking van Neptunus, na dien tijd, zich slechts bezig houdende met het toepassen en uitwerken der eenmaal vastgestelde theorieën, afgedaald tot technicaliteiten en routine, en nauwelijks meer den naam van wetenschap waardig.

Allerminst wensch ik het groote belang van de astronomie der vaste sterren te ontkennen. Hij die, zooals ik, meer dan acht jaren heeft gewerkt in wat tegenwoordig wel het hoofdkwartier van het nieuwe leger kan genoemd worden, zou al buitengewoon onvatbaar voor indrukken moeten zijn, om niet doordrongen te zijn van de grootschheid der verreikende gedachten, die de scheppers der jonge wetenschap bezielen. Nog minder zou ik wenschen de stellair-astronomie tot hare vroegere ondergeschikte positie teruggebracht te zien. Zelfs zou ik zoo

Sluiten