Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maaktheid, die de waarnemingsmethoden reeds hadden verkregen in dienst der planeten-astronomie, en voor deze is de scheiding tusschen theorie en praktijk niet te ontkennen. Vlijtig waarnemen , alle feiten verzamelen» die de gelegenheid aanbiedt, in de zekerheid dat zij te eeniger tijd hun nut zullen hebben voor de ontwikkeling der wetenschap, dat is hier de taak van den practicus. Zoo hebben zich naast elkaar een praktische en een theoretische, beter gezegd mathematische sterrenkunde ontwikkeld, die natuurlijk wel met elkaar steeds in innig contact moeten blijven , maar toch op eikaars methoden en ontwikkelingsgang niet zoo direct inwerken, als dat bij de meeste andere wetenschappen pleegt het geval te zijn. Zoo is de wiskundige leer van de beweging der hemellichamen, de astromechanica, eene geheel zelfstandige wetenschap geworden, en het is over de ontwikkeling der nieuwe methoden en denkbeelden dezer wetenschap, dat ik in dit uur wensch te spreken.

Er is een zeker parallelisme op te merken tusschen deze ontwikkeling en die der mathematische natuurkunde. Daar de laatste meer algemeen bekend is, zal het tot de duidelijkheid van wat ik over de eerste zeggen wil bijdragen, als ik de voornaamste phasen van die ontwikkeling gedurende de 19e eeuw, die nog kort geleden door Poincaré zoo meesterlijk geschetst is, in uwe herinnering terugroep. De eerste helft der 19e eeuw kan genoemd worden de periode der wetten en der centraalkrachten. Naar het voorbeeld van de gravitatie-wet, die reeds zulke schitterende triumphen gevierd had, werden alle physische verschijnselen gebracht onder wetten, die

Sluiten