Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zware verantwoordelijkheid, die ik daarbij op mij neem. Waar de wetenschap der astronomie in de laatste kwart eeuw zich in alle richtingen zoo buitengemeen heeft uitgebreid, hebt gij ingezien, dat de taak om zoowel het onderwijs te geven in de geheele wetenschap, als de technische en wetenschappelijke leiding te voeren van eene zoo uitgebreide en zoo hoog staande instelling als de Leidsche sterrenwacht — om van het eigen wetenschappelijk werk, dat toch met recht van eenen hoogleeraar mag verwacht worden, nog niet eens te spreken — dat die taak voor één man te zwaar was, en hebt gij aan de Hooge Regeering voorgesteld om het directoraat van de sterrenwacht los te maken van het hoogleeraarschap in de sterrenkunde. Ik verheug er mij ten zeerste in, dat het der Regeering behaagd heeft, in overeenstemming met dit voorstel te handelen. En wel verheug ik mij daarin niet alleen voor mij zeiven — daar mijn taak nu minder zwaar zal zijn — maar vooral voor het belang van de wetenschap. Het is met de sterrenkunde, zooals ik reeds in den loop van dit uur gelegenheid had met enkele woorden op te merken, eenigszins anders gesteld dan met de meeste andere natuurwetenschappen. Het experiment in den eigenlijken zin, het stellen aan de natuur van eene bepaalde vraag en het afdwingen van een scherp omschreven antwoord, is in de sterrenkunde niet dan in zeer beperkten zin mogelijk. Wij moeten de feiten verzamelen , die de natuur ons biedt. Het gevolg hiervan is aan den eenen kant eene veel grootere onderlinge onafhankelijkheid van theorie en praktijk, dan bij de meeste wetenschappen voorkomt, aan den anderen kant eene ontwikkeling van de techniek der praktische astro-

Sluiten