Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn waarde leermeester en vriend Kapteyn, hoe gaarne zou ik ook hem van deze plaats hebben toegesproken! Hij is het geweest, die mij, nog student, door zijn bezielende voordracht, en bovenal door zijn bezielend voorbeeld, het ideaal toonde waarnaar een wetenschappelijk man moet streven. De persoonlijke vriendschap, de belangstelling in mijn werk, al was het dikwijls van andere richting dan het zijne, die ik gedurende de bijna negen jaren dat ik als zijn assistent het voorrecht had met hem samen te werken, steeds heb ondervonden, zijn mij al dien tijd een steun geweest, waarvan ik de waarde niet licht te hoog zou kunnen schatten. Ik mag mij er niet over beklagen, dat hij niet hier is om mijn dank persoonlijk in ontvangst te nemen; ik verheug mij integendeel over de reden van zijne afwezigheid, de zoo eervolle uitnoodiging om in een der grootste werkplaatsen der praktische sterrenkunde gedurende enkele maanden van elk jaar zijne krachten te wijden aan de oplossing der problemen, die hem zoozeer ter harte gaan, en waarvan de wetenschap eerlang de schoone vruchten zal plukken.

Het is mij eene behoefte ook de andere leden der Wis- en Natuurkundige faculteit te Groningen van deze plaats dank te brengen voor wat ik van hen als mijne leermeesters heb geleerd, en voor de vele blijken van belangstelling en vriendschap, die ik van hen steeds mocht genieten.

Waarde E. F. van de Sande Bakhuyzen! Moge het al waar zijn, dat de theorie en de praktijk in de sterrenkunde verder uit elkaar liggen dan in de meeste andere wetenschappen, toch hebben zij vele aanrakings-

Sluiten