Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik behoef U er zeker wel niet op te wijzen, hoeveel kansen van dwaling, in tegenstelling met het mathematisch bewijs, het gerechtelijk bewijs oplevert. Absolute zekerheid is hier nimmer te verkrijgen; men kan ze alleen benaderen. Maar juist daarom behoort men elk mogelijk middel aan te grijpen, om die benadering zoo weinig mogelijk van de absolute zekerheid te doen afwijken.

Klke formeele bewijstheorie nu — zoo sprak ik voor zeventien jaren, en mijne meening is ook thans nog geheel dezelfde — elke formeele bewijstheorie werkt in juist tegenovergestelden zin. Elke wetsbepaling, waarbij voor sommige gevallen het aanwenden van het een of ander bewijsmiddel wordt verboden, waardoor men wellicht in casu speciali de waarheid had kunnen ontdekken; ieder voorschrift, waarbij de waarde wordt vastgesteld, die de rechter aan het een of ander bewijsmiddel zal te hechten hebben, en waardoor dus elke andere, in casu speciali misschien juiste, opvatting a priori wordt uitgesloten; dit alles heeft de strekking om de kansen op het vinden deiwaarheid te verminderen, de kansen van dwaling te vermeerderen. Het heeft de strekking om de steeds bestaande mogelijkheid te vergrooten, dat de uitspraak des rechters, die alleen objectief rechtvaardig kan zijn zoo ze op objectief ware feiten steunt, een objectief onrechtvaardige uitspraak zij.

Het geval wil dat thans, nu ik, de gewoonte volgend, voor de tweede maal als hoogleeraar in het openbaar het woord ga voeren, hetzelfde onderwerp in hooge mate actueel is. Er is toch bij de Sta ten-Generaal een wetsontwerp aanhangig, waarvan de algemeene strekking deze is, dat den rechter eene grootere vrijheid gegeven wordt; meer vrijheid in het aannemen van bewijsmiddelen, meer vrijheid ook in het beoordeelen daarvan en liet zelfstandig onderzoeken der waarheid. Het zal 1 we aandacht niet ontgaan, dat deze woorden, ontleend aan de bij het ontwerp belioorende Memorie van Toelichting, onderteekend

Sluiten