is toegevoegd aan uw favorieten.

Getuigenbewijs in burgerlijke zaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit veel te ver gaat. Maar ook al neemt men het geval van veroordeeling wegens meineed, dat zeker wel het sterkste vermoeden van onbetrouwbaarheid oplevert, moet men zich dan toch niet afvragen of hij, die eens, wie weet onder welke bijzondere omstandigheden, een valsche beëedigde verklaring heeft afgelegd, daarom nu ook eens en vooral onbekwaam is om de waarheid te spreken ? Moet men in ieder geval niet de mogelijkheid toegeven, dat de veroordeelde, misschien na lange jaren, zich zal hebben gebeterd en een volkomen betrouwbaar persoon zal zijn geworden?

Kan men zich dus met den inhoud van nn. 4 van art. 1950 moeilijk vereenigen, hetzelfde is het geval met de in de overige nummers opgenomen redenen van wraking. Is het b.v. aan te nemen, dat iemand een valsche getuigenverklaring zal afleggen, alleen omdat zijn vrouw de aangehuwde achternicht van eene der partijen is'? Of omdat van den uitslag van het proces voor hem een belang van enkele guldens afhangt? Immers neen! Ten aanzien van de wraking van dienstboden en bedienden vinden wij in de Memorie van Toelichting de volgende volkomen juiste opmerking: Bij de tegenwoordige economische toestanden kan men niet zeggen, dat die altijd afhankelijk zijn van hunne meesters of werkgevers, maar in de gevallen, waarin dit wel het geval zou zijn, werkt de hier bedoelde bepaling zeer ongelukkig. De gewoonte is, dat bedienden, die eehoord moeten worden, vooruit worden ontslagen. Worden

O

zij dan na gehoord te zijn dadelijk weer in dienst genomen. •dan heeft de werkgever den spot gedreven met de lieele bepaling; en, gebeurt dit niet, dan heeft zij voor den ongelukkigen bediende hoogst onrechtvaardige gevolgen."

Op deze wijze zou ik kunnen doorgaan met de besprekingvan verschillende detailpunten, ware ik niet bevreesd mijne toehoorders door te groote uitvoerigheid te vermoeien. Ik geloof genoeg gezegd te hebben om te betoogen, dat ook het instituut der wraking op goede gronden niet te verdedigen is.