Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijke gesteldheid, óf door de taal, óf door combinatie van verschillende van deze (en nog andere) factoren; doch wat men ook als maatstaf bezige, deze indeeling blijft toch, als elke andere, min of meer willekeurig en past nooit geheel op bestaande toestanden. Men loopt steeds gevaar, óf wat bij elkaar behoort te scheiden, öf ongelijksoortige dingen bij elkaar te voegen. Die klip heb ook ik niet kunnen vermijden. Toch acht ik mijne indeeling de meest geschikte. De taal heeft daarbij in hoofdzaak den doorslag gegeven, doch niet geheel. Ook de ligging is van invloed geweest, gelijk o.a. hieruit blijkt, dat het Panei- en Bilastroomgebied door mij afzonderlijk is behandeld, hoewel in het Zuiden dezelfde taal ongeveer wordt gesproken als in Mandailing, terwijl het Noorden zich geheel bij Centraal-Toba aansluit.

Ik heb grooten lust gevoeld het Tobameer en de naaste omgeving als een afzonderlijk gebied te behandelen. In geographisch, geologisch en hydrographisch opzicht toch vormt deze meerstreek

(het centrum der Bataklanden) een goed geheel, maar de

aan en bij de meeroevers wonende bevolking biedt de grootste verscheidenheid aan: Karo's, Pakpaks, Tobaneezen, Timoer- en Raja-Bataks ontmoeten elkaar hier!

Na zorgvuldig wikken en wegen heb ik eindelijk het Bataksch gebied in de volgende zes kringen verdeeld: I. Karo, 11. Daïri, 111. Timoer, IV. Toba, V. Mandailing, VI. het bovenstroomgebied der Panei- en fi/Va-rivieren. Ter plaatse zal, indien noodig, nader aangegeven worden, wat tot die verschillende kringen gerekend wordt.

In een VIIde afdeeling, die evenwel opzettelijk zoo klein mogelijk gehouden is, is dan nog onder het hoofd „Generalia," een en ander bijeengebracht, dat niet tot een bepaalden kring te brengen is.

Dit wat de kringen betreft.

Maar ook de stof, die behandeld wordt, eischt eene verdeeling in rubrieken. Te vèr kon de specialiseering m. i. niet gedreven worden. Bovendien zal in elk dier rubrieken het ongeveer gelijksoortige zooveel mogelijk bijeengevoegd worden, zoodat men daar vanzelf eene onderverdeeling zal vinden, die echter ook weer niet tot in alle bizonderheden door te voeren is, zal men in een „overzicht" niet al te minutieus worden. Dat ook deze verdeeling hare bezwaren meebrengt, spreekt wel vanzelf. Hier is het trekken van scherpe grenzen zelfs ondoenlijk, en eene poging daartoe m. i. uit den booze. Men kan het leven

Sluiten