Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over verbodsbepalingen; over de woorden pantang, këmali en rëboe.

Varia.

Kannibalisme.

„Hoffelijkheid" en andere dingen die tot „den goeden toon" behooren.

blz. 304, Joustra (1895) blz. 224 (het feit van een huisinwijding wordt hier vermeld met verwijzing naar een vroeger door mij gegeven beschrijving. Deze beschrijving is nooit in druk verschenen, maar de copie van den brief (23 Juli 1895) is nog in mijn bezit. De adat werd bij deze inwijding niet gevolgd, omdat de eigenaar christen was) ;dezelfde. (1903) blz. 158—159; dezelfde. Woordenb. zie mantëk, mëngkét, ngërëntjët) en andere. (Al het hier vermelde geeft slechts losse mededeelingen; een volledige beschrijving omtrent dit belangrijk punt ontbreekt.)

Brenner blz. 178, losse mededeelingen over dieren, die door sommige stammen niet mogen gegeten worden; Joustra. Goenoeng blz. 81 hetzelfde; dez. Pëkoewaloeh, blz. 546 (invloed van het feest op het maatschappelijk leven). Voorts verschillende kleine mededeelingen, in de bovenopgegeven artikelen verspreid. Maar eene samenvatting van 't meeste vindt men bij Neum. Kemali, Pantang en Rëboe.

Med. Dl. 40, blz. 292, Neum. de smid blz. 40; dez. Een en ander. Med. Dl. 48 blz. 361—367 (Over tëgas en kahoel)\ blz. 370 de Vorst.

Blz. 371 Toewah, blz. 376 Tapa; Joustra. Merkwaardige woorden blz. 232, over de badoebadoe\ Neum. Een en ander. Med. Dl. 50. Blz. 27. Si Nanggël, Mëkëlesa, blz. 29. Boeboe 'ngkësah (lees Boeboeng késah).

Anderson. Mission, blz. 202. Kannibalisme: reeds toen waren de Karo-Bataks geen kannibalen meer; verdere korte mededeelingen bij Brenner blz. 205—207 (kritiek op Junghuhns meening); Joustra (1903) blz. 157; Westenb. Nota blz. 114.

Brenner blz. 256—258; Joustra. Lezing blz. 388; blz. 392.

Sluiten