Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mededeeling omtrent den oorsprong dier stammen (naar Bat. zienswijze nl.; dus legendarische gegevens). Tarigan de band tusschen Timoer- en Karo-Bataks. Eene afzonderlijke bespreking der Sëmbiring; De Haan. Bez. blz. 19 e. v. verdeeling in stammen; verhaal omtrent den oorsprong der mërga's; Joustra. Lezing blz. 387; Westenb. Nota blz. 114; Joustra, Pëkoewaloeh, blz. 541, blz. 548.

Bestuursin- Brenner, blz. 197 verdeeling in oeroengs, blz. inrichting, jgg over wheerschende" mërga's; het anak-bëroeschap; blz. 339 het dorpsbestuur, erfopvolging, regentschap; Bevervoorde, blz. 613; Westenb. „Nota" blz. 107— 110 (Hoogvlakte), blz. 111—112 (Doesoen); Dez. Versl. blz. 48 e. v. (betreft Si VII Koeta), blz. SS (de enclaves Bawangen Tjingkës), blz. 63 e. v. de eigenaardige positie van Si V Koeta, blz. 20 het ambt van den „anak-bëroebale" (eigenlijk pëngoeloe bale), blz. 42 erfopvolging (het ontbreken van vaste regels); blz. 50 't zwerven tusschen oligarchie en anarchie (zie ook D.); De Haan, Bez. blz. 21 e. v. inrichting van het dorpsbestuur; verkiezing der hoofden (vg. Westenb. Wetensch. blz. 67: „van verkiezingen is bij de Karo-Bataks geen sprake"); sënina

en anak-bëroe, rechten en plichten der besturenden; blz. 23 opgave der Oeroengs (metpërbapans en doesoens); blz. 26 de toestand in Si VII Koeta.

Med. Ned. Zend. Gen. Dl. 38, blz. 67. De „prasi" (lees përasih = përatjih) in Soekapiring; Joustra, lezing blz. 394, de pëngoeloe bale; blz. 395 over de „heerschende" mërga.

Neum. Beantw. „Vragenlijst" vr. 10; vr. 51 en 52; vr. 67.

Standen. Brenner blz. 340. Sociale „Gliederung" bestaat,

maar niet zóó dat men van „kasten" kan spreken. (Zeer juist: alleen zou men kunnen onderscheiden adel (bijak radja) en ginëmgëm, maar wie hier tot de „ginëmgëm" (het volk) behoort, zou elders waar zijn mërga „heerscht", tot den adel gerekend moeten worden vg. Joustra. Lezing blz. 395—396.)

Af

Sluiten