Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz. 341 slaven (veelal vrouwen uit Toba);WEStenb. Nota blz. 113 de Karo kan onder zijn stamgenooten nooit slaaf worden. (Zie verder oorlogsrecht.)

Rechtspraak. Brenner blz. 211, twee categorieën nl. 1° misdaad en 2" overtreding, de eerste behandeld door de „volksvergadering" de tweede door het hoofd. (Is dit inderdaad een Bataksche onderscheiding? Ik vrees eene „uitvinding" van den schrijver of van zijn zegslieden.) Blz. 212, middelen om den schuldige te vinden; de eed; De Haan blz. 21, 22; blz. 34 e. v.; blz. 39 beteekenis van het anak-bëroe-sënina-schap; hetzelfde: Med. N. Z. G. Dl. 38 blz. 68; Joustra Lezing blz. 392—394 en Westenb. Nota blz. 114; Med. N. Z. G. Dl. 40, blz. 289, over „zweren"(ën/oe/?om).

Strafrecht. De Haan. Bez. blz. 52—55; Brenner, blz. 211,

blz. 212.

Westenb. Versl. blz. 13, strenge (maar haast in elk landschap verschillende) dobbelwetten. De adat laat niet toe, dat vorderingen uit het spel verhaald worden op vrouw, kinderen enz., alleen op den persoon van den verliezer. (Ook hierin dus, als op zooveel andere punten, treedt aan 't licht de betrekkelijk groote humaniteit Atx KaroBataks, vergeleken bij de andere stammen.) Med. N. Z. G. Dl. 38 blz. 85, 234; Dl. 39 blz. 325.

Oorlogsrecht. Brenner blz. 59—61, blz. 82, blz. 213—215, de „moesoeh bërngi" (volgens den schrijver „het zwaarst te verstane Instituut in het Bataksche rechtsleven"; m.i. niet zoo moeilijk te begrijpen); blz. 333;

Westenb. Versl. blz. 49; Volz. Tobasee blz. 441;

De Haan blz. 31—32; Kruyt Bez. blz. 375.

Grondrechten. Brenner. blz. 340 (de daar voorkomende uitspraak: „alles Land gehort dem Dorfobersten enz." is niet juist, zeer zeker niet wat de Hoogvlakte betreft); Westenb. Versl. blz. 15; recht van eerste occupatie; moeielijkheden bij 'tover en weer leenen van den grond; het grondbezit is communaal in den vollen zin des woords (uitzonderingen, zie blz. 16).

Sluiten