Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Mededeelingen betreffende liet landschap Panei (met een kaart

in twee deelen) en het Rajahgebied, Bijdr. Kon. lnst. 7, II blz. 558—586. (De mededeelingen over Panei zijn ontleend aan een verslag van controleur R. H. Kroesen die over het Rajah-gebied — lees: Raja — aan een verslag van controleur W. D. Helderman. Tusschen de namen in den tekst en die op de kaart is niet altijd overeenstemming.)

2. Monatsberichte der Rheinischen Missionsgesellschaft, de jaar¬

gangen 1903 tot 1907, voor zoover thans verschenen. (Deze geven echter vrijwel hetzelfde als in het werkje van slmon „Tolé!" behandeld wordt, daar het medegedeelde toch op de verslagen van Simon in de allereerste plaats gebaseerd is. Het belangrijkste is:„Zum zweiten Mal durch Si Balungun," 1903 blz. 69 e. v. blz. 159 e. v.)

Voorts staan ons ten dienste eenige brieven van Simon, in afschrift, door die Rh. Miss. Gesellschaft ons met groote welwillendheid verstrekt. (Deze verschillende mededeelingen getuigen in. i. van een goed waarnemingsvermogen en een helder oordeel, maar daar de tochten geheel het karakter van verkenningen droegen, mag men niet verwachten er meer in te vinden dan de eerste indrukken van een goed opmerker.'t Is nog geen eigenlijke kennis, laat staan wetenschap.)

3. Uittreksels uit de memorie van overgave van het bestuur over

de Residentie Oostkust van Sumatra, door G. Schaap, aftredend Resident (30 Sept. 1905) Tijds. K. A. G.2eS. XXIV. blz. 29—56.

(Hier komt in aanmerking blz. 42; ook de blz. 43—44 die op de Karolanden slaan, bevatten iets, dat onder Simëloengoen thuis behoort).

Sluiten