Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Genotmiddelen: Opium; tabak

Van Dijk. Rapp. blz. 158; Kroesen, Nota, blz. 280. Hagen, Rapp. blz. 361 waar deze zegt: „der Batak muss allabendlicli, ob alt oder jung, Mann oder Weib sein Opium haben." Ook Simon vermeldt speciaal in zijn brieven met nadruk lietgroote opiumgebruik. Toch lijkt mij Hagens voorstelling overdreven, want waar zouden de vele arme onderhoorigen het geld vandaan krijgen? Neemt men echter in aanmerking dat Hagen (en ook de anderen) bij zijne onderhandelingen met radja's en gevolg te doen had, dan is misschien zijn bewering dat „zeker 19 van de 20 mannen schuiven" niet ver van de waarheid. (Zie voorts boven onder voorwaarden enz. van bestaan.)

(j. Zeden en gewoonten.

(Zie de inleidende opmerking bij I. Karo, die ook hier van toepassing is. Een werk als van Dr. Hagen. Batak-religion, moet bij de bespreking vanzelf eenigszins buiten de indeeling vallen).

Litteratuur. Westenb., Versl.; Van Dijk, Rapp; Kroesen. Reis; dez., Nota; De Raet, Reize; Brenner; Hagen, Religion.

Overzicht der gegevens.

Zwangerschap, geboorte, eerste

levensdagen; naamgeving.

Huwelijk. Polygamie. Kannibalisme.

Hieromtrent ontbreken alle gegevens van eenig belang. Alleen Kroesen, Nota vermeldt iets daaromtrent op blz. 281 e. v.

Kroesen. Nota blz. 281 (zie verder onder Adatrecht).

Wfstenb., Versl. blz. 71, 88; van Dijk, Rapp. blz. 152.

Westenb., Versl. blz. 92; Kroesen, Rapp. blz. 212, die zelfs den naam van het land (simeioengoen) met deze gewoonte in verband brengt (m.i. is de verklaring eenvoudig: „eenzaam land," en pardembanan, „land waar (veel) sirih groeit").

Sluiten