Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nl. de aspiratiën der verschillende vorsten. Vermelding der „troembo" (geschiedboek, kroniek); Rapporteur heeft deze niet gezien, maar een goeroe heeft blijkbaar uit de school geklapt. Dit relaas is vervat in de blz. 219—225. (Van hoeveel waarde deze „geschiedenis" is blijkt o. a. hieruit: Ofschoon men de lieden niet verstaan kon, sloot men

vriendschap en betuigde enz. enz Dan een

„beeldschoone" dochter en een huwelijk natuurlijk. De negende Koning van deze dynastie doodde zichzelf om een sprekende toepei (eekhoorn). Men krijgt den indruk dat Kroesen toch min of meer hechtte aan de gegevens, maar hij zegt, er niet het rechte van te weten, omdat de Bataks „zoo geheimzinnig waren met deze toepei-geschiedenis."

Blz. 227—234 geeft eene beschrijving van de voortdurende oorlogen om den troon. Het slot was: Radja Maligas heerscher, en Toean Naposo banneling. (Zie de verdere blz., die onder M. vermeld zijn. Vreemd is m. i. hier Kroesens politiek, waardoor T. Naposo niet definitief werd verdreven, zelfs later met veel égards behandeld werd. Mij is Kroesens houding, gegeven zijne eigene mededeelingen, onbegrijpelijk. Zie ook Simon, blz. 115, het verhaal van de vrouw — weduwe — van Radja Na Poso.)

Mededeel. Panei en Raja, blz. 558—564. Zeer uitvoerige geschiedkundige beschrijving, wat de laatste jaren (tot 1894) aangaat, zeer gedetailleerd; blz. 558—59 geeft de vóórgeschiedenis, zooals ik zou willen zeggen. (Mijn vraag is, welke waren de bronnen? Troembo's misschien? En waar komt de naam „Nagoer" vandaan? Vergis ik me niet, dan spreekt W. P. Groeneveldt in zijn „Oude Chin. berichten omtrent Indië" over het rijk Nakoer, dat — op welke gronden ?— het Batakgebied zou moeten aanduiden.)

De rest bevat allerlei, dat ook bij Kroesen voorkomt, maar er is ook heel wat verschil. Zeer belangrijk zijn de blz. 561—564 over Toean

Sluiten