is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteratuuroverzicht der Bataklanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dezelfde. Die Batta's auf Sumatra. Globus. Bd. 53, blz. 48 e. v., 57 e. v., 75 e. v., 90 e. v., 107 e. v.

Dezelfde. Si Adji Panurat en Adji Pamasa. Marchen. Globus Bd. 49, No. 13.

C. A. Kroesen. Geschiedenis van Asahan. Tijds. Bat. Gen. 1886, XXXI, blz. 82—139. Dit opstel bevat den sleutel tot de reis van van den Bor (zie boven), en geeft het vervolg der geschiedenis na die reis. Ofschoon veel de Bataks niet raakt, is er toch telkens sprake van aanrakingen en verwikkelingen met hen. Het werk is zeer zakelijk, maar had in hoofdstukken en paragraphen ingedeeld moeten worden; nu is de lectuur vermoeiend en een overzicht niet gemakkelijk te geven.

W. Marsden. History of Sumatra 1811; blz. 365—395. (Zeer interessant!)

J. H. Meerwaldt. Aanteekeningen betreffende de Bataklanden (1891).

Tijds. Bat. Gen. XXXVII (1894). Ik bezit een door den schrijver zelf van kantteekeningen voorzien overdrukje. Gelijk alles van dezen kenner der Toba-Bataks, zijn ook deze aanteekeningen volkomen betrouwbaar.

Dezelfde. Wijzen de tegenwoordige zeden en gewoonten der Bataks nog sporen aan van een oorspronkelijk matriarchaat? Bijdr. Kon. Inst. 5, VII blz. 197—207. Eene bestrijding van Wilkens opvatting, voor zoover de Tobalanden betreffende.

Dezelfde. De Bataksche tooverstaf. Bijdr. Kon. Inst. 6, X blz. 297—310. (vg. hierbij in I. Karo. Westenb. Aant. en Joustra. Vert.)

Dezelfde. Gebruiken in het maatschappelijk leven der Bataks Med. Ned. Zend. Gen. Dl. 48, blz, 273—292; Dl. 49, blz. 104—130; Dl. 50, blz. 1—26; Dl. 51, blz. 83—123. Deze opstellen zijn eene vertaling en bewerking (tevens aanvulling!) van het in het Toba'sch door een Bataksclien onderwijzer geschreven, en te Singapoera (1898) gedrukte boekje: Ruhut Parsaoron di Habatahon. Van de bewerking zijn totnogtoe (1907) vier stukken verschenen, d. i. ruim de helft.

Dezelfde. „Pidari" Utrecht 1903. In een viertal verhalen, hoofdzakelijk van stichtelijken aard, geeft de schrijver hier tal van mededeelingen, die van zijn groote kennis van het Bataksche leven getuigen. Alleen de kleuren zijn,