Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Topographie en karteering.

Litteratuur. Brenner; van Dijk, Habinsaran; dez., Verbin¬

dingsweg; dez., Uitwatering; dez., Excursie; dez., Tochtje; van den Bor, Rapp.; Hoekstra, Onze kennis; Easton, Verkenning; Pleyte, Verkenning; Muller, Tobameer; Sillem, Tobameer; Stuurman, Sipirok; Verbeek, No. 10.

Kaarten. Behalve de in bovengenoemde, en andere arti¬

kelen en werken opgenomen kaarten en kaartjes (zie onder „litteratuuropgave") zijn van groote beteekenis:

a. Kaart der Bataklanden en van het eiland Nias (1888), door F. J. Haver Droeze, tot welker samenstelling al het toen beschikbare materieel is verwerkt, gelijk daar is aangegeven.

b. Het Tobameer en omgeving (Topogr. Bureau 1898). Waarschijnlijk staan der Regeering nu nog betere gegevens ten dienste.

Overzicht der gegevens.

(Hier zij opgegeven wat ik tot Toba heb gerekend: Het zuidelijk bekken van het Tobameer inclusief Samosir) en omgeving; de bovenlanden van Asahan en Hoewaloe, de eigenlijke TobaHoogvlakte, Silindoeng, de westelijke landen van Baroes tot Batang Toroe, Sipirok, i. e. w. de centrale Bataklanden, ten Noorden door het Tobameer, ten Zuiden door den Si Boewal-boewali begrensd. Op taalkundige en geographische gronden leek mij deze grensbepaling de beste. Dat in zulk een uitgestrekt gebied groote locale verschillen voorkomen spreekt vanzelf, en later zal een scherper verdeeling in bepaalde kringen noodig zijn. Mij ontbreekt de locale kennis, waarop ik ten opzichte der Karolanden kon bouwen, om

Litteratuuroverzicht.

7

Sluiten