Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bestuursinrichting: standen

Rechtspraak.

Wilken, Matriarchaat; blz, 28, het nu geldend verwantschapsstelsel is het patriarchale (of agnatische), maar er zijn duidelijke bewijzen, dat de Bataks vroeger het matriarchaat, hebben gehad: blz. 29, eerste bewijs; van taalkundigen aard, berustende op het Daïrische woord Sënnina (dit bewijs is zeer sterk, vg. mijn Karo'sche Vert. blz. 8, noot 2a); blz. 30 en 31, het tweede en derde bewijs, nl. de bepalingen omtrent de indeeling bij en de vrijstelling van verplichte diensten; het huwelijk tusschen een zusterszoon en eene broers dochter is toegelaten, tusschen een broers zoon en eene zusters dochter verboden.

Meerwaldt, Matriarchaat? blz. 198 bestrijding van Wilkens eerste bewijs. Mag schrijver al voor Toba gelijk hebben (wat ook nog zoo zeker niet is) voor Daïri (en Karo voeg ik er bij) gaat M's verklaring niet op. Krachtiger is de bestrijding van het tweede en derde bewijs. Hier (blz. 201) klemt het betoog van Meerwaldt zeer, en zijn verklaring van het derde punt, blz. 204—205, is minstens even aannemelijk als die van Wilken. Zie voorts onder huwelijksrecht.

Brenner, blz. 204. Territoriale indeeling van Samosir (die in marga's bleef schrijver onbekend); Van Dijk, Habinsaran, bestuursinrichting in Garoga en Parsosoran; Henny, Gompoelon, blz. 42—45; Meerwaldt. Aant. blz. 16—18, wie radja is; waaruit de bevolking van een dorp bestaat a. de bloedverwanten der heerschende marga, b. de aanverwanten (anak boroe), c. vreemdelingen; wat soehoet beteekent; waardoor de monarchie is buitengesloten in de Bat. maatschappij; Van Hoëvell, Oorlogvoeren, blz. 434 noot over marga en bajoe-bajoe (lees bajo-bajö). Van belang is hier de opmerking dat de Koerija-hoofden eigenlijk niet behooren in een Bataksche bestuursorganisatie. Slaven, Meerw. Aanl. blz. 29.

Meerw. Aant., blz. 19; Henny, Gompoelon, blz. 45; aldaar blz. 50, een aardig staaltje van eedaflegging.

Sluiten