Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. Taal- en letterkunde.

(Hier is de litteratuuropgave voldoende.)

Behalve de daarin opgegeven werken moge hier nog genoemd worden een opstel van Warneck, Die Entstehung einer Christlichen Litteratur bei dem Batakvolk, Berichte 1905, blz. 52—56 en 86—90, terwijl voorts voor de kennis van liedjes, spreekwijzen enz. opmerkzaam wordt gemaakt op Meerw. Gebruiken, waarvan bijna elke bladzijde voorbeelden geeft.

K. Afbeeldingen en Platen.

In de rubriek ..Ethnographie" is daaromtrent reeds iets vermeld. In mijn bezit zijn voorts eenige Toba'sche landschapsopnamen. Ter plaatse zijn stellig gemakkelijk tal van photo's te verkrijgen, daar niet alleen vele der zendelingen aan photografeeren doen, maar een Batak (ten minste in 1898, bij mijn bezoek aan Toba; toen woonde die photograaf te Pea Radja) er zijn bestaan in vindt.

L. Verhouding tot en invloed van buurvolken.

Opmerking. Voor de Toba-landen in engeren zin komt hier

eigenlijk alleen de invloed van Atjèh in aanmerking, en zal dit punt, daar het met het SingaMangaradja-schap samenhangt in afdeeling VII, „Generalia" nader behandeld worden. Van de Padri-oorlogen hebben de Toba-landen meer den

Sluiten