Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de onderaf. Silindoeng sedert 1883 zeer verminderd door den gedwongen verkoop a ƒ 14.— (later ƒ 15.—) per pikoel. Hierbij eene kantteekening: „De gedwongen verkoop aan het gouvernement is weer opgeheven. Sedert dien is de aanplant en uitvoer weer belangrijk toegenomen".

Asahan. Van den Bor, Rapp. blz. 377, aanleiding en

Reis v. d. Bor. doel der reis (na Anderson, 1823, was er geen Europeaan weer geweest); blz. 391. pogingen om den penghoeloe (lees pangoeloe) van Bandar Poeloe (lees Poelo), Pénété (bij Kroesen: Penetek) te spreken te krijgen; blz. 395, de controleur wijst den Batakschen zouthalers op het groote voordeel om te Tandjoeng Balei in plaats van te Pasir Mendogei zout te komen halen; blz. 396, onderzoek van gouvernementswege of de Gampoeal dienstbaar kan gemaakt worden tot besproeiing; blz. 397—401, samenkomst met Pénété mislukt; poging om de bevreesd geworden radja's van hunne vlucht naar Tandjoeng Balei af te houden; samenkomst met Radja Boentoe Panei en Radja Tenga.

Expeditie. Kroesen, Asahan, blz. 111 —112, expeditie

tegen Asahan (Sultan Achmat); groote fout der Regeering om de familieleden van den onttroonden vorst in het land te laten blijven; Van den Bor als controleur te T. Balei geplaatst; blz. 113—119, een langdradige geschiedenis van onderhandelen en praten, nareizen en oproepen van onwillige Bataksche hoofden, onder wie vooral Penetek; altijd maar weer getracht „langs minnelijken weg" de zaken te schikken, wat zoover gedreven werd, dat men nota bene een hoogst zwangere prinses, zuster van Tongkoe Achmat de reis naar Pasir Mendogei liet doen. Door omstandigheden kwam zij niet zoo ver. Nu zou van den Bor (hij mocht niet anders!) de ontevredenen nog eens gemoedelijk toespreken! Eindelijk, 21 Febr. 1867 begon de tocht van Jang DiPeRTOEWAN Moeda tegen de bovenstreken (blz. 121), beantwoord door een inval van Radja Penetek met een bende van

Sluiten