Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegevens uit de eerste hand. Vandaar verbastering tot onkenbaar-wordens toe van vele namen. Eerlijk is dan ook de verklaring van den compilator: „'t Is moeilijk te bepalen, in hoeverre deze verdeeling — blz. 176, aan Rademacher, blz. 13 ontleend —volgens de waarheid is."

A. P. Godon. De assistent-residentie Mandaheling en Ankola op Sum. Westkust van 1847 tot 1857. Tijds. van Ned.Indië, 1862, 1, blz. 1—46. Een zeer belangrijk en goed gedocumenteerd artikel.

Dezelfde. Bijdrage tot de kennis der Loeboes op Sumatra. Tijds. Ned. Indië, 1864, I, blz. 261—266.

A. Van der Hart. Het grondbezit in de Residentie Tapanoeli. Tijds. Bat. Gen. VI, 2, blz. 185—192.

A. L. Van Hasselt. Aanteekeningen omtrent de pottenbakkerij in de Residentie Tapanoeli. Int. Arch. für Ethnografie 1893. Bd. VI (vg. hierbij Bd. IV, blz. 166).

Dezelfde. De Residentie Tapanoeli. Encycl. v. Ned. Indië blz. 273—280.

Dezelfde. Nota over de rijstcultuur in de Res. Tapanoeli. Tijds. Bat. Gen. XXXVI.1)

W. H. Th. Van Hasselt. Beantwoording der Vragenlijst (Oct. 1906) van het voorl. Directorium in zake het a.s. Bataksch Instituut.

Mr. W. A. Henny. Nog iets over de Loeboes. Tijds. Bat. Gen. 1855, IV. blz. 401—410.

Th. A. L. Heyting. Beschrijving der onderafdeeling Groot-Mandaïling en Batang Natal (met schetskaart). Tijds. K. A. G. 2e S. XIV. blz. 209—320.

Dr. J. F. Hoekstra. Die Oro- und Hydrographie Sumatra's. Hiervan: I, 4, E. Das Gebirge westlich vom Sumpurthale; G. Östliche Grenze des Gadisthales; H. Westliche idem; I. Das Gadis- und Angkolathal; K. Der Lubuk Raja; 5. A. Der Si buwal-buwali.

Dr. C. W. Janssen. Die Hollandische Kolonialwirthscliaft in den Battalandern. (Zie afd. IV. Toba; overigens overwegend voor het hier behandeld gebied, inzonderheid Mandaïling, van belang. En daarvoor was Godon schrijvers

1) Deze „Nota" had ook vermeld moeten worden in de „Litteratuuropgave" voor afd. IV. Toba; ze wordt daar besproken in de rubriek: Voorw. enz. van Bestaan.

Sluiten