Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voornaamste bron, ook mondelinge mededeelingen van dien ambtenaar.)

Dr. F. Junghuhn. Die Battalander (zie afd. IV. Toba; Voor de Z. Bataklanden echter uit topographisch oogpunt van meer belang).

Dr. E. B. Kielstra. Sumatra's Westkust. (Zie voor de gedetailleerde

opgave, afd. IV.)

W. Marsden. History of Sumatra. 1811. blz. 365—395. Dr. S. Muller. Reizen en onderzoekingen in Sumatra, gedaan op last der Nederlandsche Indische Regeering, tusschen de jaren 1833 en 1838, door Dr. S. Müller en Dr. L. Horner. Uitgegeven vanwege het Koninklijk Instituut voor de taal-, land- en volkenkunde van Neêrlandsch Indië. 1855. Een zeer interessant verslag.

E. Netscher. Iets over de Loeboes en Oeloes in de binnenlanden van Sumatra, naar mededeelingen van T. J. Willer.

G. K. Niemann. Mededeelingen omtrent de letterkunde der Bataks.

Bijdr. K. I. 1865, blz. 245—303.

Ch. A. Van Ophuysen. De Loeboes. Tijds. Bat. Gen. XXIX, blz. 88—100 en blz. 526—554.

Dezelfde. Bataksche raadsels. Tijds. Bat. Gen. XXVIII, blz.

201—215 en XXX, blz. 459—472.

Dezelfde. Bataksche spreekwoorden. Tijds. Bat. Gen. XXXIV,

blz. 72—99 en XXXV, blz. 613—638.

Dezelfde. De poëzie in het Bataksche volksleven. Bijdr. K. I. 5, I. blz. 402—432.

L. H, Osthoff. Fragmenten over Sumatra door wijlen L. H. Osthoff

(1839), Tijds. N. I. 1845. I, blz. 17—26.

C. M. Pleyte. Bataksche vertellingen.

Dezelfde. Verkenning der Bataklanden.

H. Ris. De onderafdeeling Klein-Mandaïling, Oeloe en Pahan-

tan en hare bevolking (met uitzondering der Oeloe's). Bijdr. K. I. 6, II, blz. 441—533.

H. J. J. L. Bidder de Stuers. De vestiging en uitbreiding der Nederlanders ter Westkust van Sumatra. (1849). (Zie afd. IV. Toba. Het werk heeft overwegend betrekking, altijd voor zoover het over de Bataks handelt, op het thans doorschouwde gebied.)

Dr. H. N. van der Tuuk. Bataksch-Nederduitsch woordenboek. Dezelfde. Bataksch Leesboek, 2e stuk.

Dezelfde. Taalkundige aanteekeningen en bladwijzer enz.

Sluiten