Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Topographie en karteering.

Fennema, Beschrijving (met geologische kaart 1:500.000); Heijting, Mandaïling; (met schetskaart 1 : 250.000); Willer, Mandhéling; Ris, KI. Mand. (met kaartje 1 :200.000, ontvangen van Muller, chef der triangulatie-brigade, dus waarschijnlijk onder diens leiding vervaardigd en daarom volkomen betrouwbaar); Couperus, Tapanoeli; Osthoff, Fragmenten; Junghuhn, Battalander (met 4 kaarten, die op de Bataklanden betrekking hebben, waarvan de Nos. 3 en 4 op het hier behandeld gedeelte. De opnamen zijn trigonometrisch).

Behalve de reeds in de litteratuur vermelde, komt ook hier in aanmerking de kaart over de Bataklanden n.l. die van de Batakl. en het eil.

Nias, door Haver Droeze.

Overzicht der gegevens.

(Dit kan zich bepalen tot de gegevens bij Fennema, Heijting en Ris, als verreweg het volledigst.)

Fennema, blz, 130 opgave van wat alstopographische basis gediend heeft: le. vier bladen v. d. kaart v. h. Oouv. S. W. K. 1 :450.000 in de Atlas van Melvill van Cambee Versteeg, 2e. opnamen, verricht onder Beyerinck (1843— 1847); 3e. de kaarten bij Junghuhn ; 4e. metingen van het personeel v. h. mijnwezen (Jaarb. mijnw. 1877); 5e. opnemingen van Verbeek ; 6e. Lengteen breedtebepalingen volgens den RegeeringsAlmanak.

[Van de geologische kaart komt voor ons alleen in aanmerking alles ten N. van de lijn Air-Batigis-Koelaboe-Rau-Batang Soempoer.]

I

Litteratuur.

Kaarten.

Sluiten