Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer gebrekkig en zijn opgaven daarom van weinig waarde; blz. 160—161, P.v. Dijk, lnleidingenz.,Nat. T. N. I. XXII, blz. 145 en XXVI, blz. 41 (herdrukt Jaarb. mijnwezen 1875, II); blz. 162—169 Beschrijving. oude schiefer- en kwartsformatie; blz. 170—173 granietgesteenten; blz. 174—178, de Carbonische periode; blz. 178, Diabazen enz.; blz. 180 185 Eocene formatie; blz. 187, een belangrijke con clusie: het beschreven gebied een oud-tertiaire zeeboezem; blz. 187—191, Inleiding op de beschrijving der vulkanische gesteenten; blz. 191 — 195, oud andesiet; blz, 195—198, jong tertiair puimsteentuf (niet op de kaart aangegeven); blz. 198 e. v., de vulkanen; hier komen in aanmerking blz. 207—223; blz. 224—240, dekwartaire periode (Diluvium); blz. 241 profielen (met verwijzing naar blad IV); blz. 244—252 over nuttige metalen; blz. 252: behalve goud, komt geen der genoemde mineralen in voldoende hoeveelheid voor; vg. hierbij Van Dijk, Inl. blz. 170—179.

Heyting, blz. 212, warme bronnen; blz. 214, Varia. goudhoudend zand; blz, 221, andere delfstoffen;

Kielstra, Westkust III blz. 268, hevige aardbeving, vooral in Mandaïling en Angkola (16 Febr. 1861); blz. 634, inlichtingen v. d. mijningenieur Van Dijk omtrent den geognostischen bouw van Mandaïling.

Sluiten