Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veeteelt.

Jacht- cn Vischvangst.

Mijnbouw.

Industrie.

Handel.

adatbepalingen betreffende, kunnen ze hier ter sprake gebracht worden. Genoemd worden: het nadeel van den te talrijken adel (zeer juist! Ook zoo bij de Karo's) blz. 277; de gevolgen der slavernij, blz. 279; het onbezoldigd zijn der hoofden, blz. 282 e.v.; de fatale gevolgen van de krachteloosheid der rechtsvordering, blz. 285; en eindelijk de positie der vrouw, blz. 288.

Blz. 318—319, nadeeligen invloed der toehorinstelling, in drieërlei opzicht. (Naar W's inzicht ware het beter geweest, zoo het samondo- het foe//or-huwelijk had verdrongen. Er is zeer veel waars in deze opmerking, althans, men neemt hetzelfde bij de Karo's waar). Zie verder voor soortgelijke en andere invloeden als bovengenoemd nog: Qodon, blz. 26, slavernij; Kielstra, Westkust 111, blz. 646, emancipatie der slaven; Couperus, Tapanoeli, blz. 234; 236; 238; 242; Qodon, blz. 4-6; 7-9,

Heytino, blz. 282; Ris, blz. 471; v. Hasselt, Beantw. vr. 12 gedeeltelijk; Willer, blz. 375; Couperus, blz. 243—244.

Heytino, blz. 214; 216; blz. 271; blz. 279—281; Ris, blz. 470; blijkbaar beide van niet veel beteeken is.

Couperus, blz. 249—250; Osthoff, blz. 22; Muller en Horner, Bezoek van eenige goudrijke plaatsen, blz. 156—201; Qodon, blz. 7; Ris, blz. 450; blz. 468—469; Willer, blz. 375—377; Heytino, blz. 282. (Zie ook onder geologie: Fennema, blz. 252 en Kielstra, Sum. Westkust III blz. 634.)

Van Hasselt, Pottenbakkerij; Heyting, blz, 284—286; Willer, blz. 385; Ris, blz. 470, de inlandsche nijverheid is bijna geheel te niet gegaan (in overeenstemming met Heytings mededeelingen).

(Gedeeltelijk hangt deze samen met het inzamelen van boschproducten, en met de koffiecultuur, zie boven.) Verder: Heyting, blz. 283; Godon, blz. 6; blz. 38, over zoutverkoop. (Hier zij opgemerkt, dat er in de Mandaïlingers blijkbaar wel handels-

Sluiten