Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondoenlijker werk, dan in een paar woorden den volksaard te beschrijven?); Ris, blz. 452, X. de Mandaïlingers van Mand. Djoeloe en Pakantan. Lichaamsbouw; karakter (conclusie: tegenstrijdige karaktertrekken, welke verklaard worden uit een „overgangs-periode").

F. Ethnographie.

Litteratuur. Heyting,Mand.; Ris,Mand.; Willer, Mand. en Pert.; van Ophuysen, Raadsels; dez. Poëzie; von Faber, Geophagie; Osthoff, Fragmenten.

Overzicht der gegevens.

Huishouw; dorpen.

Huisraad en gereedschappen

Kleeding, sieraden, wapenen enz.

Heyting, blz. 236—240.: korte beschrijving van een hoeta, van de verschillende huizen, het aantal stijlen, al naar de waardigheid van den bewoner; twee vormen van daken; een plattegrond met uitvoerige toelichting en de inl. benamingen der verschillende onderdeelen, alsmede hun bestemming, 't Verdwijnen van het karakteristieke door vreemde invloeden (Pad. Bovenlanden; Europa). Ris, Hfst. XII blz. 456—457 en vooral blz. 458—463, uitvoerige beschrijving, met op blz. 462, een plattegrond (ongeveer als bij Heyting).

Willer, blz. 298—301; v. Ophuysen, zie de toelichtingen op de raadsels 35, 45 en 76.

Heyting, blz. 241—242; Willer, blz. 311—312; Ris, 463—465.

Heyting, blz. 229—231 (aanhaling uit Willer; wat deze beschrijft als de kleeding van hoofden en ongehuwden, is nu algemeen de kleeding der mannelijke bevolking geworden); blz. 232, over

Sluiten