Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lisme enz. zie Willer, blz. 344—348; Osthoff, Fragmenten, blz. 19, waar naar aanleiding van de vermenging van ruwheid en beschaving wordt opgemerkt, dat bij de Bataks het „Artes emolliunt mores" niet van toepassing schijnt te zijn. Willer blz. 150, eene opmerking, die zoowel adat als adatrecht geldt: „De ondervinding leert,

dat de adat niet meer onschendbaar is

dat ze niet overal gelijkvormig is" (m. a. w. adat is geen constant iets, maar wijzigt zich, groeit en slijt af met de omstandigheden.)

H. Adatrecht.

Opmerking. Van geen deel der Bataklanden (Panei en

Bila uitgezonderd, dank zij de monographie van Neumann) is dit punt zoo uitvoerig behandeld als van deze streken; dit is verklaarbaar uit den langen tijd, dat het gouvernement daarmede bemoeienissen heeft gehad. Opzettelijke studie is er het eerst van gemaakt door Willer, wiens werk bij alle gebreken, de grootste waardeering verdient. Het hoofdgebrek is wel de op Westersche leest geschoeide indeeling, waardoor m. i. gevallen zijn verondersteld, die eigenlijk nooit voorkomen.

Litteratuur. Willer, Mand. en Pert.; Heyting, Mand.; Ris, Mand.; v. D. Hart, Grondbezit; Resumé's; Godon, Mand. en Ank.; Couperus, Tapanoeli; Kielstra, S. W. Kust lil; Francis, Herinneringen.

Overzicht der gegevens.

Verwantschaps- Willer, blz. 149, 150; Heyting, blz. 245;

stelsel en marga. £js ^lz. 472 (en vergelijk ook hierbij het overzicht der stammen achter Warneck, Wörterbuch!) blz. 474, verhaal van de afstamming van Loebis.

Sluiten