is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteratuuroverzicht der Bataklanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203—205, over aansprakelijkheid en verschoonbaarheid; 205—214, misdaden tegen de algemeene zaak; 215-232, misdaden tegen personen; blz. 232 -243, van feiten en misdaden tegen eigendommen.

(Vg. bij dit alles de tafel der beboetingen tegenover blz. 248). Heyting, blz. 255, met uitdrukkelijke vermelding, dat het meegedeelde slaat op vroegere toestanden. (Vreemd vind ik, dat opsluiting in het blok een straf zou zijn.)

Uit Willers overzicht moge nog het volgende bizonder vernield worden: blz. 203, op medeplichtigheid staan dezelfde straffen als op het misdrijf (misdaad); blz. 221, de adat vermoedt (ik zou hier liever zeggen; onderstelt) misdadigen toeleg, zoodra, behalve echtgenooten, een man en een vrouw zich alleen in een omwand huis bevinden; blz. 227, de adat heeft nagenoeg geen bepalingen omtrent bloedschande gemaakt; bloedschande in rechte lijn wordt voor een volmaakte onmogelijkheid gehouden (??, en het mandaï, een [voorproefje nemen dan?); blz. 241, een bepaling bij diefstal van een geit, blijkbaar op overwegingen van humaniteit gegrond; Francis, Herinner, blz. 207—208.

Oorlogsrecht. De eenige gegevens bij Willer, blz, 170-171 „van de verdediging." (Geen wonder trouwens, want waar het Eur. Bestuur vasten voet krijgt, verdwijnt de behoefte daaraan.)

Grondrechten. In de eerste plaats dienen hier de Resumé's genoemd te worden, die evenwel alleen handelen over rechten op onbebouwden grond, of juister: over rechten op onbebouwde gronden; over het recht om producten in te zamelen; over waterrechten. (De vragen van de „Inleiding' hebben grootendeels op Bestuursinrichting en marga s betrekking en op „standen.")

Voorts: Willer, blz. 161 — 164; v. d. Hart, Grondbezit, blz. 186—191; Heyting, blz. 259-265 (waar ook nog lasten en heerendiensten ter sprake komen); Ris, blz. 481—488, bij welke drie