Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men m. m. vrijwel hetzelfde vindt, natuurlijk bij de laatsten niet de wijzigingen, die het gevolg zijn van den invloed van het Eur. Bestuur.

Huwelijksrecht. Heyting, blz. 256 (volgens v. O. niet juist het daar opgegeven verschil in rang: a. sangkotan ni abit, b. namora, c. goendik); blz. 296, de drie soorten van huwelijk: le adat-huwelijk, 2e schakingshuwelijk, 3e het huwelijk ten gevolge van manjompo (manaek) —; blz. 297—300, over toehor en b'crc; blz. 306—307 nader over de huwelijken sub 2e en 3e, waar de bepaling van boroe toelang als: „zoo noemt men een meisje ten opzichte van haar neef, wanneer diens zuster met haar broeder is gehuwd, beslist onjuist is. (Zoo'n geval is bijv. bij de Karo's, en blijkbaar bij alle andere Batakstammen, niet denkbaar!). Zie ook nog Willer blz. 172—180 (waar ik de mededeeling op blz. 173, dat naarmate dz toehor voldaan is, het huwelijk ten opzichte der andere burgelijke gevolgen, compleet, half-compleet of in-compleet is, zeer betwijfelbaar acht. Als dat maar geen „eigengemaakte" adat is!); blz. 180—183; en nadere bizonderheden omtrent de toehor, blz. 314—316; Ris, blz. 490—498, en verder enkele bizonderheden op blz. 511, 516, 518; Francis, blz. 209, polygamie.

Erfrecht. Heyting, blz. 252, over erfopvolging (de alge¬

meen Bataksche: de oudste zoon gaat voor, in de tweede plaats komt de jongste); blz. 258, over erven: Willer, blz. 185—186; Ris, blz. 498—502.

Varia. Willer, blz. 191 —194 over schuldverbintenis

en pandelingschap; blz. 194—198, over krediet in en buiten den handel; blz. 198—199 over bewaar- en pandgeving; borgspraak; Heyting blz. 253, over de inkomsten der hoofden: a. de boenga kajoe, b. de oeloe taon; hulpbetoon, aandeel in de slacht, enz.; Willer, blz. 167, het niet mogen verlaten der „gemeente", waar iemand geboren is; Francis, blz. 206, vogelvrijverklaring; blz. 208, Kannibalisme als rechtsuiting.

Sluiten