Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Litteratuuropgave.

R. C. Van den Bor. De Lijang na moewap en de legende daaraan verbonden. Tijds. Bat. Gen. XXXVII, blz. 201—208.

A. P. Godon. De assistent-residentie Mandaheling en Ankola van 1847—1857. Tijds. Ned. Indië 1862, I, blz. 1—46. Slechts voor een klein deel, nl. in zooverre Padang Lawas ter sprake komt, heeft het op het hier te behandelen gebied betrekking.

A. L. Van Hasselt. Aanteekeningen omtrent de pottenbakkerij in de Res. Tapanoeli. (Zie afd. IV. Toba.)

Dezelfde. Nota betreffende de rijstcultuur in de Residentie Tapanoeli. (Zie afd. IV. Toba.)

Dezelfde. De administratieve indeeling van Padang-Lawas en eenige cijfers. Tijds. K. A. G. 2e S. XIV, blz. 412—414.

W. D. Helderman. De tijger en het bijgeloof der Bataks Tijds. Bat. Gen. XXXIV, blz. 170—175.

Dr. J. F. Hoekstra. Die Oro- und Hydrographie Sumatra's [I. 4 G.

Östliche Grenze des Gadisthales (blz. 55); 5 D. Das Stromgebiet des Oberen Pane und Bila (blz. 66.)]

Dr. F. Junghuhn. Die Battalander auf Sumatra. (Zie afd. IV. Toba.)

Ch. E.P. Van Kerckhoff. Eenige opmerkingen betreffende de zoogenaamde „Orang Loeboe" op Sum. Westkust. Tijds. K. A. G. 2e S. Vil, blz. 576—577.

Dezelfde. Eenige mededeelingen en opmerkingen betreffende de slavernij in Nederlandsch-Indië en hare afschaffing. Ind. Gids, Mei-afl. 1891. (Overdruk; in het bijzonder worden de toestanden in Padang Lawas besproken blz. 17—27.)

Dr. E. B. Zielstra. Sum. Westkust van 1836—1840; id. van 1841 — 1849; id. na 1850. (Zie afd. IV. Toba).

D. Der Kinderen. Herinneringen van eenen togt op Sumatra. Tijds. N. I. 1862, II blz. 354—359.

Dr. S. Müller. Reizen en onderzoekingen in Sumatra (1833 en 1831); 's Gravenhage 1855.

Sluiten