Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J- B. Neumann. Het Pane- en Bila-stroomgebied. Tijds. K. A. G.

2e S. II, 2, 2e ged. blz. 1. e. v.; 2e S. III, 2, blz. 5. e. v.; ald. blz. 215, e. v.; ald. blz. 457, e. v.; 2e S. IV, 2, blz. 1, e. v.; ald. blz. 217, e. v.; (achtereenvolgens aan te duiden met: Neum. Pane I, II, III, IV, V en VI.)

Dezelfde. Schets der onderafdeeling Laboean Batoe. Tijds. Bat. Gen. XXVI, blz. 434—513. (Zie de opmerking bij Vigelius. Memorie.)

C. M. Pleyte Wzn. De Verkenning der Bataklanden (résumé van verschillende tochten). Tijds. K. A. G. 2e S. XII, blz. 71—96; 727—740.

H. Von Rosenberg. Hindoe-bouwvallen in het landschap Padang Lawas. Tijds. Bat. Gen. 1854, II.

J. C. F. Vigelins. Memorie van overgave van het Bestuur over de afdeeiing Panei en Bila (1866). Tijds. Bat. Gen. blz. 431—460. (Hierbij sluit zich aan: Extract uit de aanteekeningen van den kontroleur van Panei en Bila, ald. blz. 480—482. Voor de volledigheid zijn deze artikelen hier vermeld, evenals Neumann, Laboean Batoe, omdat de bevolking oorspronkelijk van Bataksche afkomst is. Toch kan men dit gebied moeilijk meer tot de Bataklanden rekenen. Eenigszins zou het nog gaan met Kota Pinang. Overigens worden hier wel de Bataks met name genoemd, maar ontbreken bepaalde gegevens. Iets vindt men nog bij Neumann, maar veel beter en uitvoeriger wordt dit in diens latere studie: Pane- en Bilastroomgebied, behandeld.)

T. J. Willer. Verzameling Batta'sche Wetten en Instellingen in Mandaheling en Pertibie. (Alleen wat over Pertibie handelt, is hier op zijn plaats, maar heeft veel van zijne beteekenis verloren na Neumanns belangrijke monographie.)

Notulen van het Bat. Genootschap. II, blz. 178; XXV, blz. 175 (waarbij XXVI, blz. 60; blz. 130 en XXVII, blz. 15); XXVI, Bijl. VIII en XLII1; XXXII, blz. 125.

De Koloniale Verslagen (voor de annexatie inzonderheid van belang, die uit de eerste jaren na 1870. Kielsta heeft hiervan een ruim gebruik gemaakt.)

Sluiten