Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lamingke en Aek Marbo zijn schrijver niet uit eigen aanschouwing bekend.

Moerassen en Blz. 65, enkele moerassen (ombik, paja, ramereiï. wang) in den bovenloop der rivieren; meren, op den top van den Dolok Sordang; het meer van Batang Onang, en enkele kleinere.

Dorpen. Blz. 67—69, dorpen, met verwijzing naar de

kaart. (De opgaven tot blz. 67 reg. 6 v. o. hebben betrekking op Laboean Batoe en dateeren van 1877.)

B. Geologie.

Neum. Pane I, blz. 71—77, iels over de geologische gesteldheid; het weinige, dat wij er door Junghuhn van weten; schrijvers eigen incompetentie in deze; toch volgen eenige gegevens: blz. 72—73, theorie omtrent het ontstaan der alluviale vlakte; oudere vorming van het Bila-gebied vergeleken bij dat van de Pane; schaarschte van steenen en gesteenten; blz. 73—75, Padang Bolak en Oeloe Baroemoen; 't voorkomen van eetbare klei (tano bange)-, veronderstelling, dat dit land een vroegere zeebodem is; humus-ophoopingen in de dalen; blz. 75—77, het Malejagebergte is een graniet-formatie; de Balanga vertoont zandsteen-vorming; een zuiver zandsteen-gebergte is de Pintoe Marbela; tinerts; vette steenkolen; de Batoe Horing is het kalkgebergte bij uitnemendheid; Midden Dolok en Hoeroeng, zandsteen, rustende op trachitischen bodem; trachiet-blokken.

Zie nog Muller en Horner, blz. 116; blz. 118—119; blz. 121; v. D. Bor, Lijang na Moewap blz. 201—204.

Sluiten