Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. Flora, fauna, klimaat.

Flora. Neum.. Pane I, blz. 88—119, de schrijver

onderscheidt 5 gebieden: I. de zware boschgronden (blz. 89—98); II. de vlakte van Padang Bolak en III. de steppe van Oeloe Baroemoen; IV. de bergstreken (blz. 117—119); V. de hoogvlakte van Garoga (Oeloe Bila) blz. 117—119. Veel zakelijks geven de zeer uitvoerige beschrijving niet; van belang zijn de inlandsche namen; Muller en Horner, blz. 121.

Fauna. Neum., Pane 1, blz. 119—133, meer een op¬

somming dan een beschrijving van de voorkomende dieren, ook veelal opgaaf van de inlandsche namen; Müller en Horner, blz. 121.

Klimaat. Willer, Mand. en Pert. blz. 253—255, tempe¬

ratuurwisseling; hevige stormen; Muller en Horner, blz. 120; blz. 123; blz. 125, temperatuuropgaven; Neum., Pane I, blz. 77—88, over klimaat en weersgesteldheid; a. van Portibi, b. van Oeloe Baroemoen, dit laatste veel gunstiger niettegenstaande de hoogte boven de zee toch vrijwel gelijk is; oorzaak het aan drie zijden liggend gebergte ( vg. hierbij Goenoeng-goenoeng en de eigenl. Karo-Hoogvlakte, waar dezelfde verhoudingen denzelfden invloed hebben); c. van Garoga; valwinden, orkanen; droge en natte tijden (die niet met de eigenlijke moessons of passaatwinden schijnen samen te vallen); hevige onweders op de vlakte van Padang Lawas. Overvloedige regen in 1884.

Sluiten