Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marga.

(Stamlijst).

Anthropophagie.

Behalve de bovenvermelde speciaal over de „vier-vorsten" en Singa Mangaradja handelende artikelen, mogen hier nog een paar plaatsen genoemd worden, waar men iets daaromtrent vinden kan: Brenner, blz. 339; Van Dijk, Rapp. Si Baloengoen, blz. 171 —175 en blz. 180-184; dez. Tochtje, blz. 423; Meerwaldt, Aant. blz. 18 (waar de stamnaam van S. M. niet juist is; deze werd later door den schrijver verbeterd) en Westenberg, Versl. blz. 102.

Van Dijk, Aant., blz. 296, over het begrip „marga"-, blz. 297, de |legendarischej stamvader der Bataks: Si Radja Batak (waarschijnlijk =r de „Ompok Djolma" bij Warneck"); de zoons Toewan Sorba di Banoewa en Toewan Sariboe Radja (bij Warneck zijn Martoea Radja Doli en Toean Sariboe Radja broers, en is Toean Sorba di Banoea de achterkleinzoon van Martoea Radja Doli); voor Sibaso Paït zie ook Pleijte, Singa Mangar. blz. 6. Overigens vergelijke men den stamboom bij Van Dijk, blz. 313, met Warnecks stamlijst (men zou wel „volkenlijst" kunnen zeggen) achter zijn Wörterbuch. De verschillen zijn niet grooter dan men gewoonlijk in parallel-loopende volk-genealogieën aantreft.

Van Dijk, Aant. blz. 303. Waarom geschiedt dit? Onderscheid te maken tusschen de dichtbevolkte Tobalanden (en Silindoeng) met de boschstreken; blz. 304, waar het kannibalisme nog voorkomt; het ontstaan (volgens oude lieden in Silindoeng) ± 50 jaar geleden [wat strijdt met tal van goed geconstateerde feiten]; blz. 305, gewezen op de omstandigheid, dat er tevens dieren geslacht worden; blz. 306, welke lieden (misdadigers) konden worden opgegeten; blz. 307—308, over spionnage; het maken van een pangoeloebalang; blz. 311, mededeeling omtrent het vroeger voorkomend gebruik, menschen aan Batara Goeroe te offeren.

Sluiten