Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplichting van den nieuwen bezitter, 0111 ééns den dubbelen tijns te betalen, het lijfgewinne, de „lantwinninge", die den Delftenaars reeds in 124(5, negen dagen 11a de verleening van stadsrecht, kwijtgescholden werd '). Daarbij konden zij door de bezitters verkocht worden, behoudens soms ook de bovengenoemde beperking, of in heerlijke steden wel het voorkoopsrecht van den heer of het zeer begrijpelijke verbod van stadswege om ze aan een niet-poorter over te dragen !), die niet in de burgerlasten zou behoeven te deelen.

Het recht van vrijen verkoop wijst er reeds op, dat de grond bevrijd was van hoorigheidsverplichtingen. In de Hollandsche en Zeeuwsche steden sprak dit wel van zelf, daar maakte de stadslucht vrij; buiten deze gewesten evenwel had men onvrije burgers 3). Een voorbeeld als van Staverden op de Veluwe, waar de personen, welke het burgerschap hadden of kregen eo,, ipso eigenheden van den graaf waren, zoowel voor zich als vooV hun roerend en onroerend goed, is eene uitzondering en deze plaats heeft inderdaad alleen maar den naam gemeen met eene stad *), doch in geen stad van het Oversticht en Gelre (ook in Amersfoort niet) was de gelieele bevolking vrij.

I e Deventer, Kampen en Zwolle was het niet voldoende voor een onvrije één jaar en een dag in de stad gewoond te hebben, zonder dat zijn heer zijne aanspraken had laten gelden, dertig jaren moest hij gewoond hebben „in libero fundo, id est oppido libertato" en voor vrij man gehouden zijn, zou hij door een eed zijne \ rijheid kunnen bewijzen tegenover dengene, die hem van zijne hoorigheid wilde overtuigen s). „In libero fundo, id est oppido libertato, de stadsgrond was vrij; niet allen, die erop woonden.

stuk, hetwelk binnen Middelburg lag, zich van de andere onderscheidt, doordat het in erfpacht gegeven is. Deze lijst is omstreeks 1100 opgemaakt.

1) V. d. Bergh, I. 419, hoewel hier niet bepaaldelijk van hofsteden gesproken woidt, maar deze zullen niet anders behandeld zijn dan de hier genoemde „terra censualis, <(uae lluerlant vocatur."

•2) El burg : Van Sleurs, 1.1., blz. 46, (1300); Domburg : Van Mieris, II, blz. 580 (1336).

I11 de eerstgenoemde plaats gold dit voor erf, dat den hertog «beroert." De verkoop van huis en hofstede in het algemeen, was gebonden aan de goedkeuring dei sohepenen. Verhuurde een burger zijn huis aan een vreemdeling, dan moest luj staan voor diens verplichting om de burgerlasten te dragen (blz. 56). In Goor moest hjj waarborg geven, dat de huurder binnen een jaar zijn burgerschap zou betalen (hierover S. J. Kookema Andreae, De stad Voiienhove en haar reolit in Over. St. M. en Dijkr., I, 5 en 6, 18X5, I, blz. 56). In Harderwijk was verboden, huis en erf aan vreemdelingen te verpanden, of er hun eene reute uit te verkoopen : Keurboek 1470, art. 181, bl. '28. In Rotterdam bepaalde het Oudste Keurboek (1408—1414) art. 75: Nyemant en sel hofstede wtgheven binnen der poorte dan by rade ende goetdencken van den gherechte (Nieuwe Bijdr. v. Rechtsg. en Wetg. N. R., II', blz 75). Hetzelfde in Delft: Oudste Keurb. in N. Bijdr., II', blz. 511.

3) Hierover: Fockema Andreae 1.1., I., blz. 47 vlgg.

4) Nijlioft', Gedenkwaardigheden, I, blz. 53 (1298).

5) Racer, Gedenkstukken, I. Voorbericht. Noot K.

Sluiten