Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nauwelijks was de productie zoo groot, dat zij aan het individu een behoorlijken welstand, aan het geheel zijne zelfstandigheid waarborgde. Gewoonlijk zelfs was ze daarvoor niet toereikend; tegen het einde der middeleeuwen vinden wij nog maar weinig rijke burgers en slechts een klein aantal steden, die niet gedrukt worden door een zwaren schuldenlast. Bovendien was het niet alleen fmanciëele hulp, die de gemeenschap eischte, lastige, soms gevaarlijke diensten werden herhaaldelijk van de burgers gevorderd ten behoeve van de veiligheid. Slecht konden de poorters dan ook aanzien, hoe bijv. de kloosters met hunne vrijstelling van burgerlasten gingen gedijen in eene omgeving, waarvan zij niet de lasten, maar wel de lusten hadden, hun grondbezit, toen den gewonen vorm van kapitaal, gestadig uitbreidden en het aan het verkeer en de algemeene verplichtingen onttrokken. Het was eene parasietische ontwikkeling, die hier veel hatelijker was dan op het platteland. Buiten de steden nam de gemeenschap de persoon lang niet in die mate in beslag; zij eischte weinig ten algemeenen nutte, maar gaf ook niet veel. Bovendien kon de ontevredenheid zich hier minder uiten, omdat er een krachtig orgaan als de stadsraad ontbrak, dat het tegen de geestelijkheid met succes kon opnemen. Eerst tegen het einde der middeleeuwen is de landsheer sterk genoeg om ook de geestelijkheid in hare belastingvoorrechten aan te tasten ').

Tegen de kapittels-emuniteiten hebben de steden weinig vermogen uit te richten. Door de stedelijke rechtbanken is wel met goeden uitslag geconcurreerd met de emuniteitsgerechten, de leeken, daarin wonende, hebben ze onder hunne jurisdictie weten te krijgen a); maar veelal is de grens tusschen stadsgrond en emuniteit in den strijd eer scherper dan vager geworden. In Utrecht was het verboden stadsgrond aan geestelijken te brengen, de kapittels van hunne zijde weerden leeken uit hunne montaden 3). Zorgvuldig wordt er voor gewaakt, dat de omvang der emuniteit niet een beetje inkrimpt. Als het kapittel van Oudmunster en de stad twee hofsteden ruilen, omdat de laatste eene publieke steeg wil aanleggen, behoudt het eerste zich de rechtsmacht over den afgestanen bodem voor4). In Deventer vinden wij voor het Lebuinus kapittel geene inkomsten uit vastigheden binnen de stad 5). Men had hier den omvang der

1) Maar reeds in 13-28 wordt door Willem III aan al zjjne onderdanen in Holland, Zeeland en Friesland verboden om als rechters, sohepenen of getuigen medewerking te verleenen tot de overdracht van „amboohte, land ende tienden" aan geestelijken voor het gerecht. Dit was, omdat zij deze goederen »ter geestelicker hant treoken" wilden en geschillen daarover voor een geestelijk forum brengen: Van Mieris, II, blz. 462.

2) S. Muller, Over Claustraliteit, 1890, blz. 176.

3) Ib., 173.

4) S. Muller, Bijdragen tot een Oorkdb. van het Sticht, Regesten der stad Utrecht, n". 202, blz. 38 (1338).

5) VerLoren, Lebuinus, blz. 280.

Sluiten