Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tiende was echter niet meer dan eene zakelijke last, die op het tiendplichtige land rustte, maar overigens de eigendomsrechten en de vrijheid om over den bodem te beschikken onaangetast liet. Bovendien werd zij slechts geheven, wanneer het land als bouwland gebezigd werd. Alleen bij de ontbinding eener markegemeenschap trad de bisschop op. Hij ontving daarbij zijn „voorslag , '/m van den te verdeelen grond, en zoo hij „gewaarde" was, zijn aandeel. Guy van Henegouwen leidde de verdeeling van Zwolremersch, Jan van Arkel die van Mastebroek, Floris van Wevelikhoven die van de gemeene landen in Vollenhove (in 1387) '), Frederik van Blankenheim die van de meente van Steenwijk en de omliggende buurschappen (tusschen 1394 en 1403) '). Maar verder zien wij niet, dat de bisschop in eenigerlei opzicht de bevoegdheid, om de marke naar eigen goeddunken te gebruiken, voor de markegerechtigden of hunne vertegenwoordigers beperkt.

In Gelderland eene soortgelijke verhouding. Daar had de hertog tienden op stadsniarken. Toen de Oostermeden bij Harderwijk bezaaid werden, gaf Reinoud IV honderd mark haver jaarlijks uit de opbrengst der tienden aan een burger in pand (1422). De stad nam evenwel het pand van haren poorter over (1444) en vermeerderde ten slotte de pandsom nog met de helft, waarvoor zij nu het resteerend gedeelte van de tiende er bij ontving '). Markeverdeeling, zooals in Zaltbonunel en in Arnhem 4) plaats vond, behoefde landsheerlijke toestemming.

Het reeds vroeger behandelde voorbeeld van Edam bewijst, dat in Holland de graaf hierin gekend moest worden "'). Of evenwel de vorsten hier in de enkele gevallen, waarin zij met eene mark in aanraking kwamen, hunnen onderdanen dezelfde vrijheid van beweging lieten, valt te betwijfelen. Willem IIT geeft den inwoners van Geertruidenberg het recht, om de gemeene weide te gebruiken

1) Dumbar, Analecta, II, blz. 318. De bisschop was hier gewaarde, want de verdeeling, gesohiedde volgens hem „na groetheid ende beloep oer olden erves, dat wy en sy (de markgenooten) hadden in den vurgesoreven Lande in der Parochiën van Vollenhoe".

2) Hierbij kreeg de bisschop niet alleen land, ook geld: J. H. E. Meesters, De Steen wijker Meenthe, 1875, blz. 9 vlg.

3) Nijhoff, Gedenkwaardigh., III, blz. 415, '220. Kroniek v. h. Hist. Oen., 1859, blz. 317 vlgg. Boven blz. 60 is medegedeeld, hoe in 1450 de stad betreffende de toenmalige gemeenteweide reeds hij voorbaat bedong, dat daarvoor, wanneer zij bebouwd zou worden, eene vaste hoeveelheid haver getiend worden zou. In Geertruidenberg had de graaf' zjjne tiende in den vorm van drie morgen lands: onse tiende, die groet is tyeghens drie morghen legghende in die meente an onsen poirte t' Sinte Gheertruidenberghe (1321): Van Mieris, II, blz. 258. Altijd, indien dit een deel van de mark is, welke de stad heeft bljjkens : V. d. Bergh, I, 235, 11, 281 ; Van Mieris, II, blz. 228.

4) Zaltbommcl (in 131G): Nijhoff, Gedenkw., I, blz. 107: Arnhem (in 1364): 1b II, blz. 132.

5) Boven blz. 47.

Sluiten