Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op ruim 7.365 ffi d. i. ongeveer 14'/, °/0 van het geheele budget •). Het aandeel evenwel, dat de stad nam in de twisten van het schisma bracht haar in zoo groote moeilijkheden, dat zij in 1432 besloot tot verkoop van deze belangrijke bezitting *). Tot een dergelijk uiterste zijn de andere steden niet gekomen, maar toch gaven zij wel bewijs, dat zij de mark meer als deel van het vermogen der stad dan van dat der burgers beschouwden. Zutphen stond in 1482 de weide Helbergen voor vier jaar af om de opbrengst ervan te besteden voor den aanleg van den IJselbrug 3). In Zwolle werd in 1488 aan de kerkmeesters van St. Michael de Marsch voor drie jaren overgelaten. De stad had aan de kerkmeesters ruim 750 Rijnsche gld. geleend, om ze in staat te stellen twee nieuwe klokken te laten gieten. Ten einde hun de terugbetaling gemakkelijk te maken gaf ze hun de Marsch in gebruik. De burgers en inwoners (dus niet alleen de burgers waren hier weidegereclitigd) konden voor het gemis van weide jaarlijks drie stuivers ontvangen 4); de persoonlijke rechten bleven hier dus erkend. Het geheele geval is eèn leerzaam voorbeeld, dat de stad, aan wier financiën ten slotte deze overeenkomst weer ten goede kwam, toch nog bezwaar had, persoonlijke markerechten weg te cijferen; het eenvoudigste ware voor haar immers geweest den kerkemeesters hun schuld kwijt te schelden en zelf de weide eenige jaren tot stijving der stadskas te gebruiken. Eene verpachting durfde zij blijkbaar nog niet aan, al bestond de neiging er toe wel. Met de stadslanderijen in het Mastebroek geschiedde liet wel maar met de eigenlijke burgerweiden in dezen tijd slechts voor het najaar; op St. Middel (21) Sopt.) maakten de koeien der burgers plaats voor die van de pachters

In Kampen, waar men overvloed van land had en maar een klein gedeelte daarvan als gemeene weide gebruikt behoefde te worden, waren in 1437 reeds verscheideno „meenten" verpacht en in 1522 waren ze zelfs in pand gegeven 7).

1) A. M. C. vnn Asch v. Wijck in Codex Dipl. Ncorl., 1853, Hz. 86.

2) Kon 011 twintig vorkoopaoten in Mullers Regesten der stad Utr., nos. 773—793. Reeds vroeger had de stad een dorgelijken stap gedaan door de renten, die zij had vnn den Omineloep !>ij Sinte Marien te verkoopen. Toen ging zij gebukt onder de schulden, voortvloeiende uit den oorlog met Holland: Matthacus, De Jure Gladii, p. '232. De verkoop van do stadsweide was misschien niet geheel geboden door do omstandigheden; de gilden maakten den ouden raad er eene zware grieve van. In 1443 werd er door het volk reeds over gemord en in 1455, toen de gilden meester waren, stelde men eene enquête in, waarbij iedere bezitter van een stuk der weide zijne eigendomsbewijzen moest overleggen. Wie dit naliet en wie niet in Utrecht verblijf hield, verloor zijne rechten en zjjn aandeel viel weer aan de stad: Rurman, Jaarb., II, blz. 34, 290 vlg. "

3) (iimborg, in Gelre, Ml, blz. 32.

4) lleerkens, in Versl. en Meded. Overijsel, XI, blz. 110.

5) Stadboeken, ed. Telting, blz. 12; Nye Averdrachten, a". 1450, blz. 479.

C) „Mersoh, Geren, Perek ofte Verkemers": lb., blz. 501 (1485)

7) „Dat middelste slach, dat I{uessclien(Hossen)sIaeh, dat cleyne slach. dat slach

Sluiten