Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ger: „Bodmansee"), met de daarbij behoorende advocatia te krijgen. - mV Uü®aVC, Van 10-250 Rijnsche gld. voor het eerste, eene van Rijnsche gld. voor liet laatste had het zich ervoor getroost, maar liet kreeg daardoor belangrijke goederen. Bij het eerste slot behoorde eene oppervlakte van anderhalf uur gaans lang en één uur breed, waarop vijf dorpen benevens tien groote boerenhofsteden lagen en 378 belastingschuldige personen woonden. Onder Hohenbodman behoorden twee dorpen, 9 hofsteden en gehuchten (Weiier); den bodem bezat de stad in vrijen eigendom, de bewoners waren nare hoorigen, de meesten zelfs lijfeigenen ').

Een trotsch gevoel van macht moest eene poorterij wel bezielen, die dergelijke eigendommen de hare kon noemen, de bewoners van de dorpen en hofsteden bleven evenwel in de vroegere levensomstandigheden en rechtsverhoudingen, zij hadden alleen van meesters gewisseld. Welke diepere oeconomische beweeggronden de steden evenwel brachten tot deze vorming van heerschappijen is helaas 111 de meeste der hierboven besproken gevallen niet duidelijk; steeds moeten wij raden, in hoeverre meer politieke oogmerken, zooals het vormen van militaire voorposten, het weren van gevaarlijke naburen en ten slotte de heerschzucht van een jong en krachtig gemeenebest eene kracht samenstelden, die wij slechts als resultante kennen. En dan nog, al was dat duidelijk, toch blijft nog de vraag over, in welke mate het streven naar politieke macht aangegeven werd door eene begeerte naar oeconomische onafhankelijkheid en materieelen welstand.

^ Alleen voor handelssteden als Breinen, Hamburg en Lübeck behoeft men niet zoo in het onzekere te tasten. Zij waren steden van een duidelijk type, die stonden of vielen met haren handel en hare gebiedsverwervingen bleven meest in verbinding met de toegangen, in casu vooral de waterwegen. Verder trachtten zij een bescliuttenden kring om zich heen te scheppen. Lübeck, dat in het oude Slavenland ligt, had bovendien nog een deel zijner omgeving te koloniseeren.

Reeds vroeger dan elders begint te Lübeck in de oorkonden de behoefte te spreken om den omtrek der stad te beveiligen. In 1188, in het privilege door keizer Frederik Barbarossa aan de stad gegeven,' wordt haar het recht toegekend binnen hare groote mark alle „munitiones" te slechten en de bouw ervan te verhinderen Dit' privilege wordt uitgebreid op de beide oevers der Trave in 1226; daar zal tot op twee mijlen van den stroom geen „munitio vel castrum" gebouwd mogen worden 3). De eerste stadbrief van Hamburg van

^ 1) F. Schiifer, Wirtschafts- und Finanzgesch. der Reiohsstadt üeberlingen, 1893, S. 41.

2) Lüb. Urkb., I, S. 11 (d. i. Urkb. der Stadt Lübeok, Urkundenbuch des B i s t h u m s Lübeok wordt aangeduid als Urk. des Bisth. L )

3) Lüb. Urkb., I, S. 47.

Sluiten