Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste plaats komt hier de geographische ligging der groote steden 1,1 aanmerking. Utrecht lag aan een rivier, die al vroeg voor de scheepvaart onbruikbaar werd. Nu kon door het graven van den A aartschen Rijn voor een deel de communicatie met het achterland blijven geschieden, maar wat erger was, de stad was door het graafschap Holland al vroeg van de zee afgesloten. Door de hand te leggen op Muiden en Amsterdam had de graaf de macht gekregen 0111 Utrecht, al naar het hem beliefde, zeestad of landstad te doen zijn. Daarbij kwam, dat het Nedersticht het voorwerp van strijd was van Holland en Gelre, die het evenmin aan elkaar als aan den bisschop gunden. Met het eerste gewest had men slechts vrede, zoolang de graaf heer en meester was in dit deel van het bisdom, met dit gevolg, dat de geringe macht des bisschops de stad aan den eenen kant aan welvaart deed verliezen, wat zij aan den anderen kant in onafhankelijkheid mocht winnen. Deze omstandigheden veroorzaakten, dat zich hiei niet die kapitaalmacht vormde, welke de meest wezenlijke factoi van den stedelijken invloed was. In de 15** eeuw viel zij van de eene financieele crisis in de andere; in plaats van hare bezittingen uit te breiden moest zij hare stadsweide verkoopen en ten slotte tot allerlei wanhopige middelen haar toevlucht nemen om in de uitga\en te voorzien. In 1445 werd besloten de stadsambten voor geld te verloten; in het volgende jaar was het wijnschrodersambt er de hoofdprijs van eene verloting, waarvan de loten 2 %' per stuk kostten '). Toen dan ook de Bourgondische invloed sterker werd in het Sticht, bezat l trecht niet meer de kracht, 0111 zich daartegen te verweren en in 1528, met den afstand der temporaliteit, moest het zich geheel buigen voor den Bourgondischen meester, die zeer weinig toegefelijkheid kende voor eene eigenmachtige stadspolitiek.

De drie IJselsteden lagen niet zoo bekneld tusschen landen van strijdende vorsten en van de moeilijkheden, waarin de bisschop geraakte, behoefden ze niet veel meer notitie te nemen dan haar zelf goed docht. Hare aardrijkskundige ligging evenwel was zoo, dat zij wel de voorwaarden schiep voor eene vroege opkomst en een aanvankelijken bloei, maar niet voor een steeds toenemende welvaart. Zij hadden hare ontwikkeling hoofdzakelijk te danken aan den IJsel en met de waarde van deze rivier voor liet verkeer daalde ot steeg ook hare beteokenis. Alleen Zwolle was daarvan minder afhankelijk; het lag niet aan den IJsel en de onvruchtbaarheid van de pogingen dezer stad, om eene goede verbinding daarmee te krijgen, veroordeelde haar al 0111 steeds een landstadje te blijven Kampen en Deventer daarentegen stonden door de rivier in vrije verbinding met de zee. Doch deze verbinding begon reeds in de

1) Bwrman, Jaarb, II, blz. 68 vlgg., 101. Een uitvoerig verhaal van eene dergelijke verloting in liet Tijdschrift van Yan der Monde, V, blz. 306 vlgg.

2) Over de vergeefsche poging in 1480 om een kanaal naar den IJsel te graven: Ten Boecop, blz. 786 vlgg.

Sluiten