Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kasteel Horst bij Rhenen bleef het langst in bezit van Holland; in 1375 had Albrecht het in pand '). De stad heeft het zeker laat gekregen, misschien eerst in de 13de eeuw, in allen gevalle vóór 1421 2).

<)p het vierde kasteel op Stoutenburg zetelde in 142G een Utrechtscli poorter3). Onder bisschop David begon het de stad moeilijk te vallen hare rechten op de sloten te handhaven. In 145(> klaagde zij, dat het kasteel Horst, „dat in voirtijden van den Stichte ontvreempt wart ende mit goede en bloede weder angewonnen wart bij der stat ende staten van den lande in zulken schijn, dattet inder stat bewaernisse bliven soude," in grooten last verkeerde en dat de kastelein der stad het moeilijk tegen de Amersfoortsche burgers verdedigen konJ). \ an de rechten van Utrecht op Eembrugge en Vreeland, die Zweder van Kuilenburg nog in 1425 erkend had5), wilde bisschop David niet weten. Den stedelijken kastelein van de eerste sterkte ontbood hij in Wijk-bij-Duurstede voor zich en sommeerde hem eenvoudig het huis aan hem over te geven, wat deze niet durfde weigeren "). Op Vreeland stelde hij een niet-burger als slotvoogd aan, zonder zich om de aanspraken der stad te bekommeren 7). En in plaats van tot hare bescherming te dienen hebben beide vestingen de stad veel overlast veroorzaakt, zoodat zij in 1481 tegen Eembrugge uitrukte en het met hulp der Amersfoortenaren slechtte "). Op Horst werd door den bisschop in 1488 ook een niet-burger tot kastelein aangesteld 9).

In den lateren tijd vinden wij niet meer de stad als uitsluitend gerechtigde naast de bisschop, wat de benoeming der slotvoogden betreft. Zij moet dat recht deelen met de Staten van den Lande ,0).

Tot een feitelijken eigendom der sterkten had Utrecht het in zijn goeden tijd niet kunnen brengen, maar wel zoover, dat men de slotvoogdij als een stedelijk ambt beschouwen kon. In 1408 werd b.v. door den raad besloten, dat niemand kastelein zou zijn, tenzij hij eerst tien jaar burger geweest was "). Maar de stad had niet meer dan afgeleide rechten; zoodra de landsheer de pandsom

1) De Jure Ulad., p. 237.

2) In 1421 was een burger er kastelein: Burra. Jaarb., i, blz. 81.

3) Burman, Jaarb., I, blz. 81.

4) 1b., II, blz. 337.

5) Ib., I, blz. 309.

6) Archief van Kerk. en YVereldsche Gesch.. uitg. J. J. Dodt van Flensburg 1838 I, blz. 164.

7) Ib.

8) Burin.. Jaarb., III, blz. 517.

9) Archief, I, blz. 171 vlg.

10) Archief voor Kerk. en Wereldl. Gesch., uitg. A. M. C. v. Asch v. Wjjck, 1850, I, blz. 24 (1496), II, blz. 178. Eembrugge is weer opgebouwd. Stoutenburg wordt niet meer genoemd.

11) Rechtsbronnen van Utrecht, I, blz. *231 vlg. iet altijd was een bnrger slotvoogd, er werden ook wel edellieden toe benoemd. In 141(5 werd verboden tegelijk raad van de stad en maarschalk te zijn van het Sticht: Ib., I, blz. 239.

Sluiten