Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitenlieden in de stad voor zich handwerk te laten verrichten ').

Vooral tegen het weven van laken kantte men zich hevig in eene stad als Leiden; reeds in 1351 had Willem V dat rondom verboden tot op drie mijlen van de grachten 2). Het liefst zou zij wel gehad hebben een uitsluitend recht om laken te vervaardigen, zooals de steden op Walcheren dit voor hun eiland hadden gekregen van denzelfden graaf 3), of zooals Zierikzee dit al sedert 1305 had voor Zeeland beooster Schelde4), maar zoover kon zij het niet brengen. Willem V had het bovengenoemde recht aan Leiden verleend in zijne moeilijke dagen, toen hij van haar meer moest vragen dan hij kon geven; later is er klaarblijkelijk de hand niet aan gehouden. In 1451 wordt nog „draperye" gedaan op ongeveer 100 roeden van de stad5). Hiertegen moest dan ook dienen het vermelde privilege, dat zij accijns zou mogen heffen tot op 100 roeden van de stadsvesten; dit diende om vooral den vollers en wevers de bekoring van het goedkoope bier buiten de stad te ontnemen. Werkzamer was evenwel een verdrag, als in 1476 met de ambachtsheeren gesloten werd. Hierbij werd kortweg besloten „poortersneringe, ambocht noch hanteringe" te dulden tusschen den Rijn, de Roomburgerwetering en de Vliet6). Zoo iets had Rotterdam reeds vroeger van Willem IV verkregen voor zijne geheele omgeving tot op 300 gaerden (= 450 roeden)7).

Met zulke rechten waren evenwel maar sommige steden gebaat en geen enkele tevreden gesteld. De landsregeering was er niet zeer scheutig mee; ze gaf ze alleen, voor zoover zij er niet van buiten kon om verzekerd te blijven van de offervaardigheid der steden voor hare geldelijke behoeften. Wat zij echter tot op dien tijd slechts bij stukjes en beetjes gegeven had, moest zij geheel toestaan, toen in 1531 ongeveer twintig Hollandsche steden eene gemeenschappelijke actie op touw zetten tegen de plattelandsnijverheid. Een van de zwaarwichtigste argumenten, waarmede zij hunne eischen kracht verleenden tegenover Karei V, was wel, dat Holland zooveel bijdroeg in de algemeene lasten en dat zij daarvan zoo'n groot aandeel hadden. Het request, waarin zij hunne verlangens uiteenzetten, stelde hunne begeerten niet alleen voor als een rechtmatigen wensch, maar ook als eene juiste, staat-

1) Keuren van 1500: Leidsolie Keurboeken, blz. 192 vlg.

2) Van Mieris, II, blz. 807.

3) Van Mieris, II, blz. 857 (1355). Bovendien was de invoer van buiten af verboden : Ib., blz. 856.

4) Ib., II, blz. 46. Buiten de stad was ook al het verwen en misschien het spinnen verboden; daarnaast het leerlooien.

5) Handv. v. Leiden, blz. 9—12.

6) Ib., blz. 13 vlg.

7) Yan Mieris, IV, blz. 211. Ook het bakken wordt hier met name verboden. Men moet echter in het oog houden, dat toenmaals, vooral buiten, de meeste gezinnen hun eigen brood bakten.

Sluiten