Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te brengen '). Daar zon het dus tusschen in staan. Het had hiermee geen succes bij den keizer, die de groote stad zeer welgezind was, zooals bleek in 15:50, toen hij te haren gevalle gebood, dat geen ambachtsheer tusschen Vlissingen en Yere kaden, havens, hoofden of herbergen zou maken, omdat hierdoor wellicht de handel van Middelburg afgetrokken zou kunnen worden a).

Behalve Arnemuiden heeft Middelburg ook nog verscheidene andere kleine ambachten weten te verwerven. In denzelfden tijd, waarin de kwestie met het havenstadje viel, had zij zich tot Karei V gewend met de klacht, dat vele burgers liaar verlieten en zich vestigden in de omliggende heerlijkheden om den stedelijken bieraccijns te ontgaan. De vorst kwam haar daarin niet te gemoet op die wijze, als wij vroeger wel hebben zien gebeuren, maar gaf haar vergunning om een minstens zoo afdoend middel te gebruiken. Zij kreeg namelijk vergunning om 500 roeden ambachts rondom de vrijheid en zoo langs de havendijken aan te koopen 3). Zij heeft zich dat geen tweemaal laten zeggen; in lateren tijd vinden wij de stad als heer van verscheidene ambachten.

Een dergelijke aanmoediging om heerlijkheden door koop aan zich te brengen was zeker in dezen tijd iets ongewoons en zij zou in de meeste gevallen, al was zij meer gegeven, ook nutteloos geweest zijn. Overwon de landsheer zijn tegenzin om steden tot heer van den omtrek te laten worden — een tegenzin, die in het later te noemen voorbeeld van Amsterdam duidelijk uitkomt, — dan waren de ambachtsheeren zelve er nog, die hunne bezittingen niet gaarne afstonden. Toen evenwel de opstand de grafelijke macht had doen verdwijnen en den adel zoowel in talrijkheid als vermogen sterk had doen teruggaan, kwamen er nog al eens ambachtsheerlijkheden aan de markt4). En wij zien Leiden dan ook in 1582 Leiderdorp, in 1(510 Zoeterwoude en in 1615 Oegstgeest koopen en daarmee hare oude politiek om den omtrek onder hare accijnsrech-

1) Do druk, waaronder de plaats lag kan het best nagegaan worden uit het appointement van den Grooten Raad „tot soulage van de voornoemde van Arnemuiden'': Keateloo, 11., blz. '228 vlgg. Ze mogen laken verkoopen van hoogstens 15 st. de el in gemaakt werk en bij de snede tot 7 ellen toe. Niemand mag meer dan 21) lakens van dezelfde soort in huis hebben. Do zeilmakers mogen zeildoek verkoopen en de schrijnwerkers mogen voor de inwoners werken. Boter en bosohuit mag slechts voor seheepsprovisie verkocht worden en het laatste moet in Middelburg gewogen worden. Zout vleesch mag voor scheepsproviand worden verkocht en ze mogen „klein bier" brouwen. Middelburg mag daarvan accjjns heffen, maar niet hooger dan in de stad zelve. Uit alles, wat de Groote Raad wel veroorloofde, kan zoo ongeveer worden opgemaakt, wat Middelburg niet toestond.

2) Boxhorn, 1.1., blz. 148. Ze mochten wel Hollandscli bier en levensmiddelen opslaan en herbergen bouwen voor de ingezetenen hunner heerlijkheden.

3) Ib., I, blz. 145.

4) In 1722 en volgende jaren verkochten de Staten van Holland alle ambachtsheerlijkheden, die zij als opvolgers van de graven bezaten. Hiervan kwamen ook vele aan de steden : J. Wagenaar, Vad. Hist., XVIII, blz. 259 vlg.

9

Sluiten