Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de grafelijkheid overgenomen kunnen worden en hij moest hebben de aan de stad toekomende ambachtsheerlijke helft der crimineele boeten en confiscaties benevens eene jaarrente van 25 gld. De stad hield dus zeer weinig voordeelen over, alleen de ambachtsheerlijke helft van de civiele boeten (boven f 10) en die weigerden de baljuwen haar nog uit te keeren '). Het was op die wijze een uiterst slechte geldbelegging. In 1555 was alleen de rente voor den keizer en aan den heer van Brederode betaald 15.210 gld., terwijl de inkomsten hadden bedragen 13.<800 gld., zoodat het te kort over die jaren beliep 1.410 gld.2). Het behoeft ons dan ook niet te verwonderen, dat Amsterdam niet begeerig was naar uitbreiding van hare bezittingen en in 1503 beleefdelijk bedankte voor een aanbod om Terschelling te koopen 3). Dit kon de stad ook nergens voor dienen, noch om haar als rechtsdistrict af te ronden, noch, zooals elders geschiedde, om het gebied, dat onder haren fiscus lag, uit te breiden of te sluiten. Ze wist, dat ze daarbij toch slechts tegenwerking had van den landsheer.

Wat betreft de onmiddellijke baten, ook die van de heerlijkheid van Stein stonden in geen verhouding tot het voor den aankoop bestede bedrag. De opbrengst der tienden was niet noemenswaard, alleen de vissclierij gaf jaarlijks een sommetje van 19 <8 8 ft in de jaren 1509—'14 4). Bloemendaal gaf eene bijdrage in de beden en de landsomslagen van 8 U' tegen de stad ruim 3.919 'ffi 5), Rotterdam ontving van de ambachtsheerlijkheid, die het van de vrouwe van Assendelft en Jacob van der Bouchorst gekocht had, elk jaar 8 6). De verworven rechten traden dus sterk op den voorgrond tegenover de onmiddellijk winstgevende attributen der heerlijkheden.

Zoo was het ook met Amersfoort, dat in 1349 het goed Bandenbroek kocht, een leen van den heer van IJselstein en door dezen weer in achterleen uitgegeven. Hier was het een groot landgoed „mit water ende mit weyden, wilt ende tam mit synre waerschap, thins ende thienden, grof ende smal." Vijf gerechten behoorden er onder 7). In 1405 verkocht de stad echter Randenbroek met al zijne pertinentia weer, doch de gerechten behield zij voor zich s). Waarschijnlijk had zij ervaren, dat zij niet geschikt was voor goedsbezitter.

1) Ter Gouw, Amsterdam, V, blz. 346 vlg.

2) Ib., IV, blz. 180.

3) Ib., V, blz. 344.

4) Informacie, blz. 373 vlg.

5) Ib., blz. 374. De stad betaalde in de bede '2.619 'tt' 12/3 4 5, in dö „gemeenlants renten" 1300 "S: Ib., blz. 377.

6) Ib., blz. 461.

7) Matthaeus. Rer. Amersfort. S. S., p. 215 seqq. Do gerechten waren : dat van Randenbroeck, uyt den Hage, van den Ackeren, van Swynenvoirde en van den Swarten Campe.

8) Van Bemmel, Amersfoort, II, blz. 819.

Sluiten