Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stilzwijgend naar zich toehalen, toch nog wist te krijgen, dan blijkt, dat een Hollandsche stad erin kon slagen zich feitelijk een eigen staat te scheppen binnen het landsheerlijk gebied en dien op een zoo onbeschroomde wijze te exploiteeren ten bate van zich zelf, dat zij, door den wettigen eigendom van dat territorium te verwerven, er niet veel meer voordeel van zou hebben kunnen trekken. Ze hief er belastingen, directe en indirecte, had het monopolie van de bierbei eiding, liet alle koren en gevogelte — en ik voeg er hierbij ook alle turf van het land naar hare markt voeren, eischte de hulp van de omwonenden voor het uitdiepen harer haven, had de hoogste macht in de leiding van hunne waterstaatsaangelegenheden, dus ongeveer alles wat maar eenigszins hare oeconomische belangen bes01 deren kon. Wat daarbuiten viel, was niet het voorwerp harer begeerte geweest; om de rechtspraak te verkrijgen had zij geen moeite gedaan, wijl die haar wel meer gezag, maar ook grooter verantwoordelijkheid verschaft zou hebben. Ze behoefde deze niet meer als middel 0111 zich door de dorpen van alles te laten voorzien, wat ze haar konden geven, en wijselijk zocht zij, ten einde geen aanstoot te geven, niet naar wat haar metterdaad de landshoogheid in de gansche uitgestrektheid zou hebben gegeven ').

C. Een Nederlandsehe stad tegenover haren omtrek, als zij met geen landsheerlijk gezag rekening te houden heeft.

Naast Dordrecht mag gesteld worden Groningen, eene stad, die zelfs niet schroomde zich ook den naam van landsheer te laten toekennen *) en dat kon wagen, omdat zij niet, als de Hollandsche steden, zelf onder de voogdij van een vorst stond. Daarbij had zij tegenover zich een landstreek, die wel dezelfde vrijheid genoot als zij zelf, maar welke de kracht ontbeerde om op eigen beenen te staan en ten slotte na eene lange lijdensperiode van inwendige verdeeldheid, dreigde zich zelf te vernietigen, zoodat zij moest verlangen naar een sterken meester, die haar voor de misbruikte vrijheid eene strenge leiding, voor de anarchie een hard, maar ordelijk bewind in de plaats gaf. Juist omdat Groningen in vele opzichten het beeld geeft van eene stad, zooals zij zich zonder belemmerende invloeden

1) Hoe groot de macht van Dordrecht reeds in 1360 werd geschat, blijkt uit het feit, dat in 1360 Paus Innocentius VI aan deze stad de bescherming van het klooster Egmond en zijne goederen opdroeg: Brom, Bullarium Trajectense, 11, n". 1663; volgens de Inleiding van dat boek (p. XX) het eenige voorbeeld,'dat aan een wereldlijke inrichting de bescherming over een geestelijk instituut gegegen wordt.

2) In 1480 werd de stad door den keizer aangesteld tot erfpotestaat over Friesland bewesten de Lauwers.

Sluiten