Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschenen Groninger krijgslieden voor Termunten en veroverden de burcht; ook het huis van Gockinga werd tot overgave gebracht, eenige dagen later de toren te Bellingwolde van den laatste genomen en geslecht ').

Hiermee was het Oldambt Groningsch geworden, want de stad behield, wat zij had. Aylco Houwerda liet zich reeds terstond vinden tot eene overeenkomst, krachtens welke zijn kasteel met 200 grazen lands aan de stad verbleef, totdat eene definitieve regeling getroffen zou worden *). Eerst geruimen tijd daarna werd de Hamburgsche bezetting van zijn slot losgelaten (1439). Eppo Gockinga kreeg slechts, doordat zijn zwager krachtig voor hem in de bres gesprongen was, gedaan, dat zijne goederen hem voor het leven werden teruggegeven; na zijn dood zouden ze aan de stad vallen (143!t)3).

De weduwe van Houwerda kreeg na diens dood in 1440 wel 100 morgen terug van hetgeen haren man door de stad afgenomen was, maar deze behield de burcht en de hoogheidsrechten. Ook in 1440 is deze concessie gedaan in den vorm eener voorloopige overeenkomst; scheidsrechters zouden uitmaken, wat de stad toekwam. Eerst in 1488 werd door deze uitspraak gedaan 4) en de rechtspraak voor goed aan de stad overgelaten. Ze oefende deze evenwel reeds uit sedert 1444, toen Gockinga overleden was 5).

„Dat Oldeampt wonnen de Gronningers mitten sweerde in en besetten dat mit eenen Casteleyn en setten daer een Casteleyns huys, daer dat heele Oldeampt uyt berichtet wort." Met deze woorden vat Sicke Benninge het hiervoren verhaalde samen n). En na de verovering werd het zwaard niet in de scheede gestoken. Geheel anders dan de Overijselsche steden, die de kasteelen slechts tegenover zich onschadelijk wilden maken, handelde Groningen; ze dienden haar, om eene gewapende neutraliteit met nadruk te bewaren. Toen in 1442 in Oost-Friesland Groninger burgers geplunderd werden door een edelman uit Overledingerland, die zich door den Groninger raad verongelijkt achtte, deed het stedelijk garnizoen van Termunten daarheen uit weerwraak een rooftocht7).

Links sloot het Oldambt aan het Goorecht, rechts aan Westerwolde, eene heerlijkheid, die door hare heeren Eggo en diens zoon Hayo op de meest willekeurige en harde wijze werd geregeerd. Eggo was in 1475 vermoord en Hayo maakte zich daarna aan daden van toomelooze wreedheid schuldig, zoodat zijne onderdanen zich tot

1) Lemego, blz. 127.

2) Emmius, XXII, p. 343; Register Feith, blz. 81, i. a. 1434, n». 1.

3) Emmius, lb., p. 348 seq.

4) Ib., XXIX, p. 450; Emmius, De agro Fris. int. Lav. deque urbe Groninga, p. 32. Een vroegere uitspraak van 1400: Feith, Register, blz. 138, i. a. 1400, n". 10.

5) Emmius, XXIII, p. 350.

0) M. Brouerius van Nidek, Analecta, I, p. 12.

7) Ubbo Emmius, Her. Fris., XXII, p. 352 seq.

Sluiten