Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1402, die daarvan getuigen. Ook Zevenwolden had in November 1492 een verdrag met de stad gesloten. „Ende alsoo heeft gantsch Westerlauwers door schrick onderdruckt, in 't uytgaen deses jaers (1492) onder de naem des Vcrbondts, als onder 't gebiedt van Groeningen sich stil gehouden" ').

In Westergoo konden de Groningers toch nog geen vasten voet krijgen. De Schieringers waren er te machtig en ze vroegen Albrecht om hulp, die hun eenige troepen zond onder Neithard Fox. In Sneek binnengelaten in den winter van '95 op '96, maakten deze het den landbouwers en vooral den Snekers zelf zoo lastig, dat ten slotte de Schieringers zelf aan de stad Groningen verzochten hun bij te springen om hunne roofzieke bondgenooten te betalen en tot aftrekken te bewegen. Acht duizend Rijnsche guldens waren daarvoor noodig en werden door Groningen verstrekt, dat de hoofden der Schieringers als gijzelaars ontving, totdat de som terugbetaald zou zijn. Terstond werd nu de burcht van Watze Harinxma te Sloten door een kastelein en eene bezetting van de stad ingenomen 2). Het loon voor deze hulp kregen de Groningers verder in den vorm van een verbond, dat Westergoo nog meer van hen afhankelijk maakte dan Oostergoo. Beroep van de lagere rechters zou zijn bij de stedelijke slotvoogden, de jaarlijksche bijeenkomsten zouden alleen in Groningen gehouden worden 3). Maar lang niet het gelieele kwartier had zich er bij aangesloten en militaire bevestiging van den Groninger invloed was noodzakelijk. Reeds vroeger hadden de troepen dezer stad zich genesteld in Tacozijl en in Workum; in deze plaats door den toren daar in te nemen, en te bevestigen, in gene doot het oprichten van een blokhuis. Om nu verder een nieuwen inval van de zeezijde te verhinderen werd ook in Harlingen een citadel gebouwd: alle landlieden tot op een afstand van (KMO schreden moesten daaraan arbeiden of liet werkloon ervoor betalen. ijmbritseradeel moest hiervoor eene zware schatting opbrengen. In Dongjum werd eveneens eene sterkte gebouwd en van 1300 krijgslieden voorzien om Franeker tot overgave te nopen. Het klooster Lidlum werd in eene vesting herschapen en van een garnizoen van 400 man voorzien, de sterke stins van Hemmema te Berlicum veroverd en niet gesloopt, maar als een vast punt behouden, ook het klooster te Ludingekerk vervolgens tot een fort gemaakt4).

De wezenlijke macht der Groningers stond evenwel in omgekeerde verhouding tot den omvang der dwangmiddelen, waarmee zij zich Westergoo zochten te onderwerpen. Nog in hetzelfde jaar 149G, waarin dit alles geschied was, verscheen Neithard Fox opnieuw in Friesland; in een soort van paniek werden de sterkten

1) Schotanus, Friesche Hist., blz. 392.

2) Ib. blz. 244 vlgg.

3) Kmmius, XXXVI. p. 543.

4) Worp v. Thabor, IV, blz. 248 vlgg.

Sluiten