Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Groningers ontruimd of na een onbeduidend verzet overgegeven en in Januari 1497 sloten alle deelen van Westergoo, schijnbaar voor goed van vreemden invloed bevrijd, een verbond van ouderlingen vrede ').

En zoodra Albrecht optrad bleek het, dat de Groninger adelaar — Groningen voerde den keizerlijken adelaar in zijn wapen a) — zijne klauwen nog niet diep genoeg geslagen had in Oostergoo. Westergoo had niet lang van zijne onafhankelijkheid genoten: 80 April 1498 huldigde het den hertog van Saksen3). Fox trok nu op tegen Oostergoo, dat evenals Westergoo in groote overhaasting verlaten werd. Slechts Leeuwarden en een stins te Wetzens bleven vrij van Saksische troepen. Reeds omstreeks Paschen stonden krijgsknechten van Fox te Selwerd en de stad werd gedwongen tot eene brandschatting van 3300 goudgld; tevens werd haar afgeperst, dat ze hare aanspraken op Oostergoo, Westergoo en Ze ven wolden zou opgeven en de inwoners ervan van hunne eeden en beloften ontslaan 4). Oostergoo deed reeds den 15aeI> Juli en in de week daaraan volgende den eed aan den nieuwen landsheer. Alleen Leeuwarden hield het nog, maar het moest zich onderwerpen op 't eind van 't jaar en toelaten, dat er een fort gebouwd werd voor den hertog. Acht grietenijen moesten de gracht graven, het huis zelf werd voor een deel opgetrokken van oud materiaal, nl. van de stinzen, die Leeuwarders en Groningers iti den voorgaanden tijd hadden verwoest5). Terwijl zoo in het Westen de Saksers tegen de stad opdrongen, begon in het Oosten Edzard van Oost-Friesland aanspraken te laten gelden op het Oldambt van Bellingwolde en Blijham, terwijl de bisschop van Munster Westerwolde voor zijn sticht terug eischte. „De bisschop dranck en drouwede den Groningers dat landt en goet alsoo af sonder stoot en slagh, booven recht en reden, gelijcker wijs of he se all ofte een deell gevanckelijcken in den stock liadde gehadt" zegt Sicke Benninge verontwaardigd "). Zoo was het; de bisschop had de stad feitelijk in .zijne macht, ze kon amper het hoofd boven water houden en in 1598 stond zij hem Westerwolde met Bellingwolde en Blijham af, blijkbaar zonder een cent terug te krijgen van de pandsom en andere voorschotten ').

Edzard wachtte niet op het toegeven van de stad. Hij begon maar niet het Oldambt binnen te trekken en dit, met de sloten Oterdum en Pekelborg, van Albrecht, bij wien hij zich aangesloten had, voor 10000 gg. in pand te nemen.

1) Ib., blz. 263 vlgg.

2) Lemego, blz. 81 vlg.

3) Worp van Thabor, IV, blz. 288 vlgg.

4) Ib. blz. 295. De oorkonde bij S. H. v. Idsinga, Staatsrecht der Ver. Ned. (1765), blz. 454 (in rege9).

5) Ib., blz. 321 vlgg.

6) blz. 13.

7) Fruin, Westerwolde, blz. 148 vlg.

Sluiten