Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen tijd af behoorden zij tot diens tafelgoederen, en waren daardoor geheel losgemaakt van het gerecht van Selwerd, dat in die dagen in den regel als een der attinentia van dat oude predium beschouwd werd. In 1460 kreeg de stad wel het gerecht, doch de bisschop behield de goederen voor zich '). Later geraakten ze aan de stad. In 1548 leverden zij 146 gld. op. De geheele opbrengst der genoemde stadslanderijen (de tienden meegerekend) bedroeg 610.18.12 R. G., ongeveer 6'/, °/0 der totale ontvangsten of eigenlijk ongeveer 8 °/0 , wanneer men rekent, dat onder de ontvangsten rond 172(1 R. G. voorkomen, die er eigenlijk niet onder geteld behooren te worden. Die som was nl. bij den aanvang van het rekeningjaar nog in kas *). Zooals reeds gezegd is, de waarde van deze bezittingen was niet groot, maar toch niet te versmaden door de weinige wisselvalligheid van de baten, die zij opleverden. Nog geringer waren de ontvangsten van boeten. In 't Goorecht gaven deze in 1548 nog geen 16 gld. 12 st.3). Van 't Oldambt worden zij op dat jaar niet verantwoord, maar wel zal hun bedrag daar ook niet veel beloopen hebben. Alleen de bede in 't Goorecht, die oorspronkelijk den landheer alle schrikkeljaren toekwam, en nu door de stad geheven werd, gaf nog iets van beteekenis, in 1548 ruim 200 gld.4). In 't Oldambt, dat tot Friesland behoorde, kende men deze prestatie niet.

1) In 1462 in erfpacht gegeven aan Jolian Wycheringh, proost van Humsterland met de weinige, oorspronkelijke tafelgoederen des bissehops, waarvan zij niet meer onderscheiden werden : Driessen, Mon. Gron., p. 302 vlgg.

2) 1526—27. 1536—37. 1548.

Gokema = Gockinga 83. 2.3 R.G. 100.17.— R. G. 139.22.— G. Herathemagoed. . . 156.24.3 „ 147.22.3 „ 147.20.— „

177.—.— „ andere daar-

„Stadt-gueder" [bij verworven landerijen

in Selwert.

(huyrpaoht, renthe onde tynde)

_ 146. 6.1i, R.G.

239.27 R. G. 248.9.3 R. G. 610.18.1KTRTG.

Totaal derontv.: 4.904.18.11, R.G. 13.853.2' , R.G. 9.628.9.41., R.G.

In de Rek. wordt 147.20 + 177.— foutief opgeteld en 344.23 als som daarvan genoemd.

In Rijnsche gids., ieder = 30 st., een st. = 6 plaek.

"Volgens de Rek. der stad Gron., uitgeg. door Prof. P. J. Blok. Over de Gokemagoederen: aldaar, Inleiding, blz. XIV.

3) Rek., blz. 302. In deze som is de bieraccijns begrepen. In 't Oldambt wordt deze niet vermeld. Het kan slechts een postje van buitenlandsch bier zijn, brouwen was in de Ommelanden verboden. Groninger bier word in de stad veraccijnsd en het buitenlandsch bier zeker ook grootendeels door het stapelrecht.

4) In 't Goorecht staat tevens gerekend de Punterbrug, waar een weggeld geheven werd. Deze behoorde daarbij niet, zo was in 1467 afzonderlijk door de stad gekocht: Feith, Register, I, i.a., no. 4, blz. 159. Verder nog de Hoge Sijl te Engelbert en een stukje land in Dilgter Hemrik, beide met eene onbeduidende opbrengst.

Sluiten