Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roerd. Ten opzichte hiervan stond de stad sterker, in de brieven van 1473 en 1482 kwam het al voor. Maar toch ook dienaangaande had de stad te voren reeds op onrechtmatige wijze een toestand geschapen; eerst later werd die door het verbond <ils \s cttig erkend. Op gelijke wijze als bij het stapelrecht had zij hare macht overschreden: raad, gezworenen, gemeente en gilden hadden in 1407 eenvoudig besloten, dat in de Ommelanden geen bier voor den verkoop gebrouwen mocht worden. De Dam, die zich hierdoor niet gebonden achtte, werd gedwongen daarvan af te zien, zelfs om eene boete te betalen wegens overtreding van het besluit van den stadsmagistraat, en moest bezweren zich eraan te zullen houden ').

e. Een derde punt was het verbod om koren uit de Ommelanden te voeren, behalve dat, wat van buiten kwam. Ook dit is in 1473 reeds vastgesteld door de verbondenen *). Het was schijnbaar eene beperking voor de stedelijke kooplieden, die nu geen graan naar liet buitenland mochten verkoopen. Maar toch had de stad er liet meeste profijt van; aan het platteland was nu bepaald verboden om de voornaamste handelswaar, die het opleverde, dooi uitvoer aan het stapelrecht te onttrekken; ze kon er dus zeker van zijn, dat niets ervan voor hare markt, en, wat nog zwaarder woog, voor haar gebruik verloren ging. Er moet niet vergeten worden, dat men in dezen tijd in eene voortdurende vrees voor hongersnood leefde — niet ten onrechte — en dat sluiting der grenzen voor den export van graan een algemeene regel was van de toenmalige handelspolitiek. Hoezeer de stad reeds vroeger naijverig ervoor waakte, dat geene landbouwproducten het land verlieten, blijkt uit een voorval in 1437. Een Emder koopman had koren in de Ommelanden gekocht en trachtte het uit te voeren. Schip en lading werden op bevel van den olderman der kooplieden naai Groningen gevoerd en verbeurd verklaard, en het vertoog van den Hamburger slotvoogd te Emden bleef vruchteloos 3).

1) Lemego, blz. 141. De twijfel aan de juistheid van het jaartal, geopperd in noot, is volkomen ongegrond. Zou het besluit van raad, gezworen gemeente en gilden nog noodig geweest zijn na het verbond van 1473? Het moet juist voor dat jaar vallen. Zooals Lemego het meedeelt, wordt de opeenvolging der feiten begrijpelijk; anders niet.

2) Niet overgenomen in het Geldersche en in het Bourgondische verbond om de zeer begrijpelijke reden, dat de landsheeren zich niet de gelegenheid konden afsnijden om in geval van duurte of hongersnood hun anderen onderdanen Omme-

lander koren te laten koopen.

3) Emmius, XXII, p. 342. Misschien is het ook alleen eene strenge tenuitvoerlegging van liet toen reeds in de practjjk geldende stapelrecht.

Sluiten